Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Borgtocht
facebook facebook
  • Register

Definitie en kenmerken

De borgtocht is een overeenkomst waarbij iemand zich voor een verbintenis borg stelt en zich hierdoor jegens een schuldeiser verplicht, aan die verbintenis te voldoen, indien de schuldenaar niet zelf daaraan voldoet (art. 2011 B.W.).

De borgtocht is een consensuele, eenzijdige en bijkomende overeenkomst die in principe 'om niet' wordt gesloten:

  • Consensueel: De borgtocht ontstaat door de loutere wilsovereenstemming tussen partijen. Om de borg enigszins te beschermen moet borgtocht uitdrukkelijk zijn aangegaan; borgtocht wordt niet vermoed en kan dus niet stilzwijgend worden aangegaan (art. 2015 B.W.).
  • Eenzijdig: De borg is de enige partij bij de borgtocht en verbintenis op zich neemt.
  • Bijkomend: De borgtocht is steeds gekoppeld aan hetgeen de hoofdschuldenaar aan de schuldeiser verschuldigd is. Dit impliceert dat de borgtocht niet kan worden aangegaan voor meer dan hetgeen de hoofdschuldenaar verschuldigd is, noch onder meer bezwarende voorwaarden. Is dit wel het geval dan kan de borgtocht worden verminderd tot hetgeen in de hoofdverbintenis begrepen is (art. 2013 B.W.). De borgtocht kan ook enkel bestaan dan voor een geldige hoofdverbintenis (art. 2012 lid 1 B.W.). Toch kan men zich borg stellen voor een betrekkelijk nietige verbintenis, zijnde een verbintenis die zou kunnen worden vernietigd door een exceptie die alleen de verbondene persoonlijk betreft, bijvoorbeeld in geval van minderjarigheid (art. 2012 lid 2 B.W.).
  • Om niet: De borgtocht was aanvankelijk een contract dat 'om niet' werd aangegaan. Tegenwoordig wordt echter meer en meer een tegenprestatie gevraagd in ruil voor een borgstelling. Zo komen waarborgovereenkomsten (zoals een bankgarantie) hoofdzakelijk voor bij kredietovereenkomsten en steeds tegen betaling. Er is dus sprake van een verzakelijking van de borgtocht. Ook komen in het kader van zekerheidsstellingen mechanismen voor die een zekere vorm van verzelfstandiging hebben (zoals bvb een 'garantie (op eerste verzoek)', waardoor het bijkomend karakter van de borgtocht verdwijnt.

Voor de geldigheid van een borgtocht moet voldoen zijn aan de vier bestanddelen die voor elke overeenkomst gelden, zijnde toestemming, bekwaamheid, geldig voorwerp en geoorloofde oorzaak.


Soorten borgtochten

De conventionele, wettelijke en gerechtelijke borg

De conventionele borg is een zekerheidscontract dat gesloten wordt op verzoek van de schuldeiser. De schuldeiser wenst immers enkel met de hoofdschuldenaar een overeenkomst te sluiten, op voorwaarde dat deze schuldenaar een bijkomende zekerheid kan geven onder de vorm van een borg (art. 2014 B.W.).

Men spreekt van een wettelijke of een gerechtelijke borg, wanneer de wet (bvb. bij vruchtgebruik) of een rechterlijke beslissing (Bvb. uitvoerbaarheid bij voorraad met borgstelling) verplicht om een borg te zoeken. In dergelijke gevallen dient de borg bekwaam te zijn om contracten aan te gaan, moet hij genoegzaam gegoed zijn om aan de verbintenis te kunnen voldoen, en dient hij zijn woonplaats te hebben binnen het rechtsgebied van het hof van beroep waar de borgstelling moet plaatsvinden (art. 2040 en 2018-2020 B.W.). Indien de schuldenaar geen borg kan vinden, is hij gerechtigd voldoende pand in de plaats te geven (art. 2041 B.W.). Wordt geen borg gesteld dan zal het verzekerde recht tijdelijk geschort zijn (zie art. 601 B.W. bij vruchtgebruik en art. 1346 Ger.W. bij de uitvoerbaarheid bij voorraad en verplichting tot borgstelling).

Voor wettelijke en gerechtelijke borgen is dezelfde regeling van toepassing als voor conventionele borgen. Alleen genieten de borgen wel niet van het voorrecht van uitwinning (art. 2042 B.W.)


De burgerlijke en commerciële borg

Is de hoofdverbintenis die door de borg wordt gewaarborgd van burgerlijke aard is, dan is de borgtocht van burgerlijke aard. Is de hoofdverbintenis daarentegen van commerciële aard, dan is da borgtocht dat ook.


De kosteloze borg

De  kosteloze borgtocht is de handeling waarmee een natuurlijk persoon kosteloos een hoofdschuld verzekert ten gunste van een schuldeiser. De kosteloze aard van de borgtocht slaat op het ontbreken van enig economisch voordeel, zowel rechtstreeks als indirect, dat de borg kan genieten dankzij de borgstelling (art. 2043bis a) B.W.). Het klassieke voorbeeld van een kosteloze borgtocht is dat van de ouders die zich belangeloos borg stellen voor hun kinderen. De zaakvoerder van een vennootschap die zich borg stelt voor een schuld van zijn vennootschap is dan weer niet kosteloos.

Is er sprake van een kosteloze borgtocht, dan is deze borgtocht nietig wanneer er een borgtocht is gesloten waarvan het bedrag kennelijk niet in verhouding is tot de terugbetalingsmogelijkheden van de borg, waarbij deze mogelijkheid moet beoordeeld worden in het licht van de roerende en onroerende goederen en inkomsten van deze laatste (art. 2043sexies §2 B.W.). Het bedrag waarvoor men zich borg stelt moet dus in verhouding staan tot diens terugbetalingsmogelijkheden.
Daarnaast wordt de kosteloze borg ook in een aantal gevallen wettelijk bevrijd indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan (zie art. 80 Faillissementswet indien men zich kosteloos borg gesteld heeft voor een gefailleerde en art. 1675/16bis Ger.W. indien men zich kosteloos borg gesteld heeft voor iemand die zich in een procedure collectieve schuldenregeling bevindt).

Bovendien wordt de omvang van de borgtocht beperkt, indien een bepaalde schuld verzekerd is, tot de som die is vermeld in de overeenkomst, verhoogd met de interesten tegen de wettelijke of conventionele rente zonder dat deze interesten evenwel hoger mogen zijn dan 50% van de hoofdsom (art. 2043sexies §1 B.W.). Een 'alle sommen'-borgtocht waarbij iemand zich borg stelt voor alle toekomstige schulden van een hoofdschuldenaar jegens bvb. een bank, is dus bij een kosteloze borgtocht verboden.

Ook dient de kosteloze borgtocht het voorwerp uit te maken van een geschreven overeenkomst die verschilt van de hoofdovereenkomst (art. 2043quinquies §1 B.W.). De duur van de hoofdverplichting moet worden vermeld in de borgtochtovereenkomst, en in het geval van een borgtocht voor een hoofdverplichting die werd afgesloten voor onbepaalde duur, mag de duur van de borgtochtovereenkomst vijf jaar niet overschrijden (art. 2043quinquies §2 B.W.).

Tot slot dient de schuldeiser de borg minstens eenmaal per jaar op de hoogte te brengen van de regelmatige uitvoering van de overeenkomst door de schuldenaar. Hij dient op de hoogte te worden gebracht inzake de niet-uitvoering (art. 2043septies B.W.)

Overigens, indien de kosteloze borgsteller zou overlijden, dan zijn de verbintenissen van de erfgenamen van de borg inzake de borgtocht beperkt tot het erfdeel dat aan elk van hen toekomt (art. 2043octies B.W.).


Gevolgen van de borgstelling


Verhouding schuldeiser-schuldenaar

De borgtocht is een bijkomende verbintenis en treedt dus enkel in werking indien de schuldenaar in gebreke blijft om te presteren.


Verhouding schuldenaar-borg

Indien de borg door de schuldeiser wordt gedagvaard in betaling, dan mag de borg de hoofdschuldenaar in vrijwaring oproepen (art. 857 Ger.W.). Deze vrijwaringsexceptie wordt doorgaans opgeworpen om gemakkelijker tegen de schuldeiser de excepties te kunnen opwerpen die aan de hoofdverbintenis kleven, waarvan doorgaans enkel de schuldenaar het bestaan afkent (art. 2031, lid 2 B.W.).

De borg kan, zelfs voordat hij betaald heeft, de schuldenaar in een aantal gevallen in rechte aanspreken om door hem schadeloos gesteld te worden. Bijvoorbeeld indien de schuldenaar failliet gegaan is, of in staat van kennelijk onvermogen verkeert (art. 2032 B.W.). De borg kan dus een zekerheid vorderen van de schuldenaar.

Nadat de borg de schuldeiser betaald heeft, heeft de borg een eigen schuldvordering jegens de schuldenaar tot terugbetaling.


Verhouding schuldeiser-borg

De borg is gehouden om jegens de schuldeiser de verbintenis van de hoofdschuldenaar te voldoen, wanneer deze laatste in gebreke blijft om deze verbintenis te voldoen. De schuldeiser dient de schuldenaar niet eerst in gebreke te stellen of voor betaling aan te spreken alvorens hij de borg zou kunnen aanspreken (art. 2011 B.W.).

Wordt de borg aangesproken door de schuldeiser, dan kan hij twee voorrechten inroepen:

  • Het voorrecht van uitwinning: Op basis van dit voorrecht kan de borg de schuldeiser verplichten om eerst op de goederen van de hoofdschuldenaar beslag te leggen alvorens beslag te leggen op de goederen van de borg; de borg die de uitwinning vordert moet dan wel aan de schuldeiser de goederen van de schuldenaar aanwijzen waarop beslag kan worden gelegd (art. 2012-2023 B.W.)
  • Het voorrecht van schuldsplitsing: In het geval er meerdere borgen zijn, kan elke borg vorderen dat de schuldeiser zijn vordering verdeelt en die vermindert tot het aandeel van elke borg (art. 2026 B.W.)

Deze voorrechten zijn wel van aanvullend recht, hetgeen betekent dat partijen deze contractueel kunnen uitschakelen. Is er sprake van een hoofdelijke borgstelling dan kunnen beide voorrechten hoe dan ook niet worden ingeroepen.


Verhouding tussen borgen onderling

Wanneer verschillende personen zich borg hebben gesteld voor dezelfde schuldenaar en voor dezelfde schuld, dan heeft de borg die de schuld heeft voldaan, verhaal op de overige borgen, ieder voor zijn aandeel (art. 2033, lid 1 B.W.).

 

Borgtocht en consumentenkrediet

In de artikelen 34-37 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet staan een aantal aanvullende beschermingsmaatregelen te lezen voor de borg voor kredieten die vallen onder deze wet. 

Bij het tot stand komen van de borgstelling moet (i) de kredietgever voorafgaandelijk en gratis een exemplaar van het kredietcontract aan de borg overhandigen, (ii) de kredietgever de borg in kennis stellen van de totstandkoming van de kredietovereenkomst, en (iii) de borgtochtovereenkomst nauwkeurig het bedrag vermelden dat gewaarborgd is. 

Tijdens de overeenkomst moet de borg in kennis te worden gesteld van (i) elke wijziging van de kredietovereenkomst, (ii) zodra er twee achterstallen zijn of een achterstand van 20% is in de betaling van de consument-schuldenaar, (iii) elke betalingsfaciliteit die de schuldeiser verleend aan de consument-schuldenaar.

Tot slot kan de borg enkel worden aangesproken indien de schuldenaar-consument voorafgaandelijk door de schuldeiser werd in gebreke gesteld.


Einde van de borgstelling

De borgtocht is een bijkomend contract en gaat dus enkel teniet indien hoofdverbintenis teniet gaat.

De borgtocht kan ook teniet gaan in het geval van:

  • De schuldeiser een onroerend goed of enig ander goed vrijwillig aanneemt in betaling van de hoofdschuld (art. 2038 B.W.)
  • Het van rechtswege ontslag van de borg wanneer hij door toedoen van de schuldeiser niet meer in de rechten, hypotheken en voorrechten van die schuldeiser kan treden (art. 2037 B.W.)
  • De borgstelling van één van de echtgenoten die de belangen van het gezin in gevaar brengen (voor zover deze nietigheid wordt gevorderd door de andere echtgenoot) (art. 224 §1, 4° B.W.)

Gelet op de soms verregaande financiële gevolgen van het onderteken van een borgstelling is het aan te raden voorafgaandelijk advies bij een advocaat in te winnen. Ook indien u als borg wordt aangesproken, is het aan te raden een advocaat te raadplegen om uw rechten (eventueel als kozeloze borg) te kennen. Aarzel niet om contact hiervoor met ons op te nemen.

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.