Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Huwelijk
facebook facebook
  • Register

HUWELIJKSVOORWAARDEN

Om te kunnen huwen moeten een aantal grondvoorwaarden en vormvoorwaarden zijn vervuld.

Grondvoorwaarden

Twee personen volstaan en zijn vereist voor een huwelijk. Een huwelijk kan worden gesloten tussen personen van verschillend geslacht (de zogenaamde hetero koppels) en personen van hetzelfde geslacht (de zogenaamde homo koppels).

Niemand mag een huwelijk aangaan vóór hij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt (art. 144 B.W.). Om gewichtige redenen kan de jeugdrechtbank deze verbodsbepaling echter opheffen (art. 145 B.W.).

Voor een huwelijk is de toestemming van beide partijen vereist (art. 146 B.W.). Indien er geen toestemming was (bvb de toestemming is gegeven door een krankzinnige of in zware dronkenschap), dan is het huwelijk nietig. Ook dwaling omtrent de fysieke of burgerlijke identiteit van de persoon is een grond van nietigheid (art. 180 B.W.), net zoals geweld.

Er mag geen tweede huwelijk worden gesloten vóór de ontbinding van het eerste huwelijk (art. 147 B.W.). Bij de aangifte van het huwelijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moet dan ook een bewijs van de ongehuwde staat worden voorgelegd (art. 64 §1, 4° B.W.). Bigamie is immers verboden en strafbaar (art. 391 Sw).

Het huwelijk is verboden in een aantal gevallen van bloedverwantschap of aanverwacntschap. Dit is het geval tussen alle bloedverwanten in de rechte opgaande en nederdalende lijn en de aanverwanten in dezelfde lijn (zoals moeder met zoon; grootvader met kleindochter; schoonouder met schoonkind etc.) (art. 161 B.W.). In de zijlijn is het huwelijk verboden tussen broers, tussen zusters of tussen broer en zuster (art. 162 B.W.). Het huwelijk is ook verboden tussen oom en nicht, of tussen tante en nicht of neef (art. 163 B.W.). Bij koninklijk besluit en om gewichtige redenen kan het verbod van art. 161 en 163 B.W. worden opgeheven (art. 164 B.W.). Ook in geval van adoptie gelden bepaalde huwelijksbeletselen (zie art. 353-13 en 356-1 B.W.).

Vormvoorwaarden

Zij die een huwelijk willen aangaan moeten hiervan aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar een van de aanstaande echtgenoten is ingeschreven in het bevolkingsregister (art. 63 §1 B.W.). Een aantal documenten (vermeld in art. 64 B.W.) moeten deze aangifte vergezellen. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt van deze aangifte een akte op en schrijft deze akte in een speciaal daarvoor bestemd register (art. 63 §2 B.W.). Het huwelijk mag niet worden voltrokken vóór de 14e dag na datum van opmaak van de akte van aangifte van het huwelijk (art. 165 §1 B.W.). De procureur des Konings kan om gewichtige redenen vrijstelling verlenen van de aangifte en van de wachttijd (art. 165 §2 B.W.).

De voltrekking van het huwelijk geschiedt in het openbaar voor de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt (art. 166 B.W.). Dit gebeurt in het gemeentehuis en eventueel in tegenwoordigheid van ten hoogste vier getuigen (art. 75 B.W.). Hierna wordt de akte van huwelijk opgesteld (art. 76 B.W.).

Sanctionering van niet-naleving van de voorwaarden

De rechter kan een huwelijk nietig verklaren indien één van de huwelijksverplichtingen niet worden nageleefd (een huwelijk is dus nooit van rechtswege nietig). Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen relatieve en absolute nietigheidsgronden.

De relatieve nietigheid kan slechts door een beperkt aantal personen worden gevorderd, en door deze personen ook worden gedekt. Dwaling in de persoon (art. 180-181 B.W.) is een relatieve nietigheidsgrond.

De absolutie nietigheid kan door elke belanghebbende worden gevorderd en kan niet worden gedekt, zijnde:

  • Een huwelijk dat is aangegaan door een minderjarige echtgenoot (of echtgenoten) die van de jeugdrechtbank geen toestemming hebben gekregen om een huwelijk aan te gaan, tenzij wanneer 6 maanden verlopen zijn sinds die echtgenoot (of echtgenoten) de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben (art. 185 B.W.)
  • Geen rechtsgeldige toestemming in hoofde van een van de echtgenoten
  • Bigamie
  • Verboden bloed- of aanverwantschap
  • Een huwelijk dat niet in het openbaar is aangegaan en dat niet voor de bevoegde ambtenaar is voltrokken of waarvan geen voorafgaandelijke aangifte is gedaan (art. 191-192 B.W.)
  • Schijnhuwelijk
  • Een schijnhuwelijk of gedwongen huwelijk (art. 184 B.W.)

Een huwelijk dat wordt nietig verklaard, wordt geacht nooit te hebben bestaan. Sommige rechtsgevolgen kunnen evenwel blijven voortbestaan (het zogenaamde putatief huwelijk) : zijnde voor de echtgenote die ter goeder trouw was (art. 201 B.W.), en voor de uit het huwelijk geboren kinderen (art. 202 B.W.).

 

DE GEVOLGEN VAN HET HUWELIJK

Het huwelijk brengt een aantal belangrijke gevolgen mee voor de persoon van de gehuwden, alsook voor hun vermogen. Het een en ander wordt dwingend geregeld in de artikelen 212-224 BW, ook wel het primair huwelijksstelsel genoemd.

Ten aanzien van de persoon van de gehuwden heeft het huwelijk de volgende gevolgen:

  • Verplichting tot samenwonen : Gehuwde partners moeten in de echtelijke verblijfplaats samenwonen (eten, drinken, slapen etc.). De echtelijke verblijfplaats wordt door de echtgenoten in onderlinge overeenstemming vastgesteld. Bij gebreke van overeenstemming tussen de echtgenoten beslist de vrederechter in het belang van het gezin (art. 214 B.W.). Wordt deze verplichting door een van de partners niet nageleefd, dan spreekt men over 'feitelijke scheiding'
  • Getrouwheid : Gehuwde partner mogen geen geslachtsgemeenschap hebben met iemand anders dan de eigen partner.
  • Hulp : Gehuwde partners moeten elkaar onderhouden. Zij moeten elkaar het nodige verschaffen. 
  • Bijdragen in de lasten van het huwelijk : Gehuwde partners moeten bijdragen in de kosten van het gezins- en huwelijksleven.
  • Bijstand : Gehuwde partners moeten elkaar moreel steunen en affectie verschaffen.
 
Indien deze huwelijksverplichtingen niet worden nageleefd, dan kunnen een aantal maatregelen worden genomen:
 
  • Echtscheiding : Het niet-nakomen van huwelijksverplichtingen kan het bewijs leveren voor de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, op basis waarvan de echtscheiding kan worden gevraagd.
  • Alimentatie : Indien een van de gehuwde partners zijn verplichting tot hulpverlening niet nakomt, dan kan bij de vrederechter een onderhoudsuitkering worden gevraagd (art. 213 B.W.; art. 591, 7° en 1320 Ger.W.). Het niet betalen van deze onderhoudsuitkering wordt overigens strafrechtelijk gesanctioneerd (art. 391bis en 391ter Sw : misdrijf van verlating van familie)
  • Dringende en voorlopige maatregelen : Indien een van de echtgenoten zijn huwelijksverplichtingen grovelijk verzuimt, dan kan de andere echtgenoot aan de vrederechter dringende en voorlopige maatregelen vragen betreffende de persoon en de goederen van de echtgenoten en de kinderen (art. 223 B.W.). De vrederechter kan diverse maatregelen nemen : hij kan de echtgenoten ontslaan van hun verplichting om samen te wonen, hij kan het ouderlijk gezag regelen, hij kan het verbod opleggen om roerende of onroerende goederen te vervreemden etc. Hij moet het verblijf in de echtelijke woonst wel verplicht toekennen aan de echtgenoot die het slachtoffer is van gewelddaden van zijn partner
  • Sommendelegatie : Indien een van de echtgenoten niet in de lasten van het huwelijk bijdraagt naar eigen vermogen, kan de andere echtgenoot zich door de vrederechter laten machtigen om, met uitsluiting van zijn echtgenoot, diens inkomsten alsook alle andere hem door derden verschuldigde geldsommen te ontvangen (art. 221 B.W.), zoals loon, huurinkomsten etc.

Ten aanzien van het vermogen van de gehuwden, heeft het huwelijk de volgende gevolgen:

  • Vrijheid van beroep : Iedere echtgenoot heeft het recht een beroep uit te oefenen zonder de instemming van de andere echtgenoot (art. 216 §1 B.W.)
  • Vrijheid van bankverrichtingen : Iedere echtgenoot kan, zonder de instemming van de andere, op zijn naam een depositorekening voor geld of effecten doen openen en een kluis huren (art. 218 B.W.). De bank moet de andere echtgenoot wel in kennis stellen van de opening van de rekening of de huur van de kluis
  • Hoofdelijkheid van schulden : Iedere schuld die door een der echtgenoten wordt aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van kinderen, verbindt de andere echtgenoot hoofdelijk. Deze is echter niet aansprakelijk voor schulden die, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn (art. 222 B.W.)
  • Bescherming van de gezinswoning : De ene echtgenoot kan zonder de instemming van de andere niet onder bezwarende titel of om niet onder de levenden beschikken over de rechten die hij bezit op het onroerend goed dat het gezin tot voornaamste woning dient, noch dat goed met een hypotheek bezwaren (art. 215 §1 B.W.). Ditzelfde principe geldt ook voor de huisraad. Het recht op de huur van het onroerend goed dat een der echtgenoten gehuurd heeft, zelfs vóór het huwelijk, en dat het gezin geheel of gedeeltelijk tot voornaamste woning dient, behoort aan beide echtgenoten gezamenlijk (art. 215 §2 B.W.). Alle opzeggingen, kennisgevingen en exploten betreffende die huur moeten gezonden of betekend worden aan elk der echtgenoten gezamenlijk. Iedere echtgenoot kan de nietigheid van deze documenten vragen, die aan de andere echtgenoot werden toegezonden of door deze laatste werden verstuurd, indien de verhuurder kennis had van het huwelijk. Elk geschil tussen de echtgenoten omtrent de uitoefening van dat recht wordt beslist door de vrederechter.
  • Vertegenwoordiging : Iedere echtgenoot kan tijdens het huwelijk aan de andere echtgenoot een algemene of bijzondere lastgeving geven om hem te vertegenwoordigen in de uitoefening van de bevoegdheden die zijn huwelijksvermogensstelsel hem laat of toekent. Deze lastgeving kan wel te allen tijde worden herroepen (art. 219 B.W.)

 

HUWELIJKSBEMIDDELING

Wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren
Koninklijk besluit van 18 november 2005 betreffende het typecontract voor huwelijksbemiddeling

Onder huwelijksbemiddeling wordt verstaan elke activiteit waarbij tegen vergoeding ontmoetingen tussen personen worden geregeld die rechtstreeks of onrechtstreeks tot een huwelijk of tot een vaste relatie moeten leiden.

Huwelijksbemiddeling kent een specifiek wetgevend kader. Zo dienen in schriftelijke overeenkomsten tussen het huwelijksbureau en de klant een aantal bepalingen op straffe van nietigheid worden opgenomen (art. 6), en moet de klant een bedenktermijn van 7 werkdagen krijgen (art. 7). Een modelcontract moet door alle huwelijksbureau worden gebruikt (zie KB).

 

SCHIJNHUWELIJK

Er is sprake van een schijnhuwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde (art. 146bis B.W.). Een dergelijk huwelijk is nietig.

De ambtenaar van de burgelijke stand kan een huwelijk weigeren wanneer hij van oordeel is dat het om een schijnhuwelijk gaat (art. 167 B.W.). Hij mag dit echter niet weigeren wanneer op grond van verscheidende getuigenverklaringen blijkt dat partijen blijkbaar daadwerkelijk samenwonen en een behandeling voor medische begeleide voortplanting waren gestart (Cass. 8 februari 2008,R.W. 2009-10, 64).

Het aangaan van een schijnhuwelijk is bovendien een misdrijf (art. 79bis Vreemdelingenwet).

 

DE WETTELIJKE SAMENWONING

Voor diegenen die bewust ongehuwd willen samen leven, heeft de wetgever in een specifieke regeling voorzien.

Het moet hierbij gaan om (i) twee personen, die (ii) niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere wettelijke samenwoning, en (iii) bekwaam zijn om contracten aan te gaan (art. 1475 B.W.).

Om wettelijk te kunnen samenwonen dient een verklaring te worden afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, en zal navolgend in het bevolkingsregister worden vermeld (art. 1476 §1 B.W.). Het wettelijk samenwonen houdt op wanneer één van de partijen in het huwelijk treedt of wanneer een einde wordt gemaakt aan het wettelijk samenwonen (art. 1476 §2 B.W.).

Door het wettelijk samenwonen, worden verschillende bepalingen die voor het huwelijk gelden, ook van toepassing op wettelijk samenwonenden (art. 1477 §2, §3 en §4 B.W.). Het gaat hierbij om de bepalingen inzake de bescherming van de gezinswoning, de evenredige bijdrageverplichting in de lasten en de hoofdelijke gehoudenheid tot de schulden.

De wettelijk samenwonenden behouden wel de goederen waarvan zij de eigendom kunnen bewijzen, alsook de inkomsten uit deze goederen end de opbrengsten uit hun arbeid. De goederen waarvan geen van beide wettelijk samenwonenden de eigendom kan bewijzen en de inkomsten daarvan worden geacht in onverdeeldheid te zijn. Het statuut van deze goederen kan wel via een notariële akte worden geregeld (art. 1478 B.W.).

Indien de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, kan de vrederechter, op verzoek van één van de partijen, de dringende en voorlopige maatregelen opleggen betreffende het betrekken van de gemeenschappelijke verblijfplaats, betreffende de persoon en de goederen van de samenwonenden en van de kinderen alsmede betreffende de wettelijke en contractuele verplichtingen van beider samenwonenden (art. 1479 B.W.).

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.