Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Huwelijksvermogensrecht
facebook facebook
  • Register

ALGEMEEN

Het huwelijk brengt gevolgen met zich mee t.a.v. de persoon van de echtgenoten, maar ook t.a.v. hun vermogen. Een onderscheid wordt hierbij gemaakt tussen het primair en secundair huwelijksvermogensrecht:

  • Primair huwelijksvermogensrecht : dit zijn de basisregels die het vermogensstatuut van elk huwelijk bepalen. De regels zijn terug te vinden in de artikelen 212-224 B.W. en zijn van dwingend recht. Deze bepalingen zijn verweven met de regels die ook de gevolgen t.a.v. de persoon van de echtgenoten regelen.
  • Secundair huwelijksvermogensrecht : dit zijn regels waarover de echtgenoten naar eigen keuze kunnen beschikken om bij huwelijkscontract een specifieke regeling uit te werken voor hun huwelijksvermogen.

Indien de echtgenoten vóór het aangaan van het huwelijk geen huwelijkscontract gesloten hebben, dan is het wettelijk stelsel op hen en hun vermogen van toepassing. In het andere geval zijn de bepalingen van hun huwelijkscontract van toepassing.

 

Het wettelijk stelsel

Het wettelijk stelsel maakt een onderscheid tussen een gemeenschappelijk vermogen en het eigen vermogen van elk van de echtgenoten. Elk vermogen heeft een actief- en een passief zijde.

Gemeenschappelijk vermogen

Tot het gemeenschappelijk vermogen behoort alles wat de echtgenoten tijdens het huwelijk hebben verworven, zoals (i) de inkomsten uit de beroepsbezigheden van elk der echtgenoten, (ii) de vruchten, inkomsten, interesten van hun eigen goederen, (iii) de goederen die aan de twee echtgenoten zijn geschonken of vermaakt onder beding dat die goederen gemeenschappelijk zullen zijn, en (iv) alle goederen waarvan niet bewezen is dat zij tot het eigen vermogen van de echtgenoten behoren (art. 1405 B.W.)

Aan de passiefzijde behoren tot het gemeenschappelijk vermogen ook alle schulden van de gemeenschap. Dit zijn (i) de schulden die de echtgenoten samen gemaakt hebben, (ii) de schulden aangegaan door een van de echtgenoten ten behoeve van de huishouding en opvoeding van de kinderen, (iii) de schulden ten laste van giften aan de twee echtgenoten samen of aan een van hen gedaan onder beding dat de gegeven of vermaakte goederen gemeenschappelijk zullen zijn, (iv) de interesten die een bijzaak vormen van de eigen schulden van een van de echtgenoten, (v) de onderhoudsschulden t..a.v. bloedverwanten in de nederdalende lijn van een van de echtgenoten, en (vi) de schulden waarvan niet bewezen is dat zij aan een van de echtgenoten eigen zijn (art. 1408 B.W.)

Eigen vermogen

Tot het eigen vermogen van de echtgenoten behoren alle goederen en schuldvorderingen die aan elk van beide echtgenoten toebehoren op de dag van het huwelijk, alsook datgene wat een van de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgt door schenking, erfenis of testament (art. 1399 B.W.). Ook goederen die door hun aard eigen zijn behoren tot het eigen vermogen (zie art. 1401 B.W.).

Aan de passiefzijde behoren tot het eigen vermogen de schulden die een van de echtgenoten is aangegaan vóór de dag van het huwelijk, alsook de schulden die door een van de echtgenoten tijdens het huwelijk is aangegaan in het uitsluitend belang van zijn eigen vermogen (art. 1407 B.W.).

Diverse probleempunten

- Zakelijke subrogatie 

De gewone zakelijke subrogatie is van toepassing indien een vergoeding in de plaats komt van een goed. Wanneer een onroerend goed eigen is, en na brand keert de brandverzekering een vergoeding uit, dan is ook deze vergoeding eigen.
Ook de zakelijke subrogatie in de vorm van een belegging of wederbelegging is van toepassing. Dit is het geval wanneer een goed met eigen gelden wordt aangeschaft. Wederbelegging wordt geacht te zijn gedaan t.a.v. één echtgenoot, wanneer komst vast te staan dat de verkrijging van roerende goederen betaald is uit gelden of uit de opbrengst van de vervreemding van andere goederen waarvan het karakter van eigen goed is aangetoond (art. 1404 B.W.)

- Bewijs

De bewijsregels omtrent het eigendomsrecht zijn terug te vinden in de artikelen 1399, 1402-1404 B.W.
Tussen de echtgenoten onderling mag het bewijs van eigendom van dezelfde goederen geleverd worden door alle middelen, met inbegrip van getuigenissen en vermoedens en zelfs van algemene bekendheid (art. 1399, lid 3 B.W.).
Ten aanzien van derden moet het eigendomsrecht van elk van de echtgenoten op een goed dat niet van persoonlijke aard is, bij gebreke van boedelbeschrijving of tegen een behoorlijk bezit, bewezen worden aan de hand van titels met vaste dagtekening, van bescheiden van een openbare dienst of vermeldingen in regelmatig gehouden of opgemaakte registers, bescheiden of borderellen door de wet opgelegd of door het gebruik bekrachtigd (art. 1399, lid 2 B.W.) 

- Schuldeisers 

De rechten van schuldeisers zijn geregeld in de artikelen 1409-1414 B.W.
De eigen schulden van een echtgenoot kunnen in principe enkel verhaald worden op diens eigen vermogen (art. 1409 B.W.). Uitzonderlijk kunnen eigen schulden ook op een gedeelte van het gemeenschappelijk vermogen verhaald worden, zijnde (i) de inkomsten van de echtgenoot (art. 1409 B.W.), (ii) indien het gemeenschappelijk vermogen is verrijkt door de eigen goederen van de schuldenaar (art. 1410 B.W.), door inkomsten uit een verboden beroep of handeling (art. 1411 B.W.), of uit een strafrechtelijke veroordeling of onrechtmatige daad (art. 1412 B.W.), (iii) op de helft van de netto-baten indien het eigen vermogen van de echtgenoot-schuldenaar ontoereikend is om de schulden ontstaan uit een strafrechtelijke veroordeling of een begane onrechtmatige daad te betalen.
Gemeenschappelijke schulden kunnen zowel verhaald worden op het eigen vermogen van elk van de echtgenoten als op het gemeenschappelijk vermogen (art. 1414 B.W.). Ook een schuld aangegaan door de twee echtgenoten, zelfs in verschillende hoedanigheid, kan zowel verhaald worden op het eigen vermogen van ieder van hen als op het gemeenschappelijk vermogen (art. 1413 B.W.).
Op het eigen vermogen van de niet contracterende echtgenoot mag echt niet worden verhaald: (i) de schulden door een van de echtgenoten aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen, wanneer zij lasten meebrengen die, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn, (ii) de interesten die een bijzaak vormen van de eigen schulden van een van de echtgenoten, (iii) de schulden door een van de echtgenoten aangegaan bij de uitoefening van zijn beroep, en (iv) de onderhoudsschulden t.a.v. bloedverwanten in de nederdalende lijn van een van de echtgenoten.

Bestuur

Het bestuur van het vermogen omvat alle bevoegdheden van beheer, genot en beschikking (art. 1415, lid 1 B.W.).

Iedere echtgenoot bestuurt zijn eigen vermogen alleen (art. 1425 B.W.), waarbij evenwel moet rekening worden gehouden met de regels inzake de bescherming van de voornaamste gezinswoning en de aldaar aanwezige gezinshuisraad (art. 215 B.W. uit het primair huwelijksstelsel).

Het bestuur over het gemeenschappelijk vermogen gebeurt op de volgende wijze:

  • Het vermogen wordt bestuurd door de ene of door de andere echtgenoot die de bestuursbevoegdheden alleen kan uitoefenen, onder gehoudenheid van ieder van hen om de bestuurshandelingen van de ander te eerbiedigen (art. 1416 B.W.). Dit betekent dus dat elke echtgenoot onafhankelijk kan optreden van de andere, en dat deze laatste gebonden is door de beslissingen van de eerste
  • Alleenbestuur (waarbij een van de echtgenoten exclusief bestuursbevoegdheid heeft) kan evenwel om (i) eigen inkomsten te ontvangen, (ii) goederen aan te schaffen die verantwoord zijn voor de uitoefening van een beroep, (iii) het beroep uit te oefenen, (iv) geld- en effectenrekeningen te beheren die werden geopend alsook kluizen die werden gehuurd.
  • Gezamenlijk bestuur (waarbij de toestemming van beide echtgenoten noodzakelijk is), is van toepassing voor (i) onroerende goederen, (ii) afbetalingscontracten, (iii) schenkingen.

Ontbinding van het wettelijk stelsel 

Het wettelijk stelsel wordt ontbonden door (i) het overlijden van een van de echtgenoten, (ii) de echtscheiding, (iii) de gerechtelijke scheiding van goederen of (iv) de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel (art. 1427 B.W.).

Gerechtelijke scheiding van goederen

Iedere echtgenoot kan de scheiding van goederen in rechte vorderen, wanneer uit de wanorde in de zaken van de andere echtgenoot, zijn slecht beheer of verkwisting van zijn inkomsten blijkt dat de instandhouding van het stelsel de belangen van de eisende echtgenoot in gevaar brengt (art. 1470 B.W.).
De schuldeisers van een van beide echtgenoten kunnen geen scheiding van goederen vorderen (art. 1471 B.W.).
De gerechtelijke scheiding van goederen werkt terug, wat haar gevolgen betreft, tot de dag van de eis, zowel tussen echtgenoten als ten aanzien van derden (art. 1472 B.W.).
De beslissing waarbij de scheiding van goederen wordt uitgesproken, heeft geen gevolg indien de staat van vereffening van het vorig stelsel niet bij authentieke akte is opgemaakt binnen een jaar na de bekendmaking van een uittreksel uit de beslissing in het Belgisch Staatsblad (art. 1473 B.W.).

Vereffening en verdeling

Na de ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen volgt er een vereffening en verdeling.

In de eerste plaats zijn de echtgenoten of de langstlevende echtgenoot gehouden een beschrijving en een schatting op te maken van de gemeenschappelijke roerende goederen en schulden. Bij gebreke aan een dergelijke inventaris kan elke belanghebbende partij de omvang van het gemeenschappelijk vermogen bewijzen door alle wettelijke middelen, zelfs de algemene bekendheid (art. 1428 B.W.).

Vervolgens gebeurt de vereffening. De verschillende vermogens (twee eigen vermogens en één gemeenschappelijk vermogen) zullen hierbij worden samengesteld, de tegoeden zullen ontvangen worden en de daarop betrekking hebbende schulden zullen betaald worden.
Bij het vereffenen van de huwelijksgemeenschap zullen (i) de schulden betaald worden, (ii) wederzijdse terugnemingen en vergoedingen betaald worden, en (iii) een regeling m.b.t. de overlevingsrechten en huwelijksvoordelen gemaakt worden.
Van elk vermogen wordt de actief- en passiefzijde bepaald. Gemeenschappelijke schulden moeten betaald worden vóór de verdeling (art. 1439 B.W.). 
Iedere echtgenoot dient wederzijdse terugnemeningen te verrichten van eigen goederen die vermengd zijn geraakt met de twee andere vermogens en de wederzijdse vergoedingen worden bepaald tussen de vermogens die wegens verrijking of verarming verschuldigd zijn. Er is dus een vergoeding verschuldigd telkens wanneer een vermogen een voordeel heeft gehaald uit een andere vermogen (bvb. een gemeenschappelijk goed werd deels met eigen gelden aangeschaft).
Bij het berekenen van deze vergoeding wordt rekening gehouden met ondertussen verworven meerwaarden (art. 1435 B.W.)

Tot slot gebeurt de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. Hiermee wordt aan elke echtgenoten dat deel gegeven waar hij recht op heeft.
Indien er een batig saldo is, wordt dit bij helften verdeeld (art. 1445 B.W.).
De verdeling gebeurt verder zoals in het erfrecht. Bepaalde voorkeurrechten zijn hierbij toegekend aan de langstlevende echtgenoot (art. 1446 B.W.).
De echtgenoot die een goed uit het gemeenschappelijk vermogen heeft weggemaakt of verborgen gehouden, verliest zijn aandeel in dat goed (art. 1448 B.W.). 

 

Ingeval van geschillen n.a.v. de vereffening en verdeling, raadpleeg een advocaat en neem gerust contact met ons op.

 

Huwelijkscontract

Een huwelijkscontract vervangt het wettelijk stelsel. In een huwelijkscontract bepalen de echtgenoten zelf wat de gevolgen zijn van hun huwelijk ten aanzien van hun goederen, zowel tijdens het huwelijk als bij de ontbinding ervan.

Geldigheid en publiciteit

De echtgenoten regelen hun huwelijksovereenkomsten naar goeddunken, mits zij daarbij niets bedingen dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden (art. 1387 B.W.).
Indien een huwelijkscontract een ongeldig beding bevat dan is heel het huwelijkscontract nietig indien deze clausule een essentieel onderdeel uitmaakt van het huwelijkscontract (zoniet is enkel het verboden beding nietig). Is een huwelijkscontract nietig, dan krijgt het wettelijk stelsel uitwerking (art. 1390 B.W.)
Alle huwelijksovereenkomsten moeten bij notariële akte worden opgemaakt. Dit is een vormvereiste. 
Het bedongen huwelijksvermogensstelsel begint te werken vanaf de voltrekking van het huwelijk (en dus niet eerder) (art. 1391 B.W.)

Voor derden is het belangrijk om te weten of echtgenoten een afwijkend huwelijksvermogensregime gekozen hebben. Daarom dient de gekozen huwelijksvermogensregeling eerst worden gepubliceerd, alvorens dit aan derden tegenwerpelijk kan zijn. Dit gebeurt door (i) de vermelding in de huwelijksakte : de datum van huwelijkscontract, naam en standplaats van de notaris, het gekozen huwelijksvermogensstelsel (art. 76, 10° B.W;), (ii) overschrijving in het registers van het hypotheekkantoor van het huwelijkscontract dat onroerende zakelijke rechten overdraagt (art. 1 Hyp. W.), (iii) toezenden van een afschrift van het contract door de notaris naar de Kruispuntbank van Ondernemingen bij handelaars. Een dergelijke publiciteit gebeurt ook bij wijzigingen van het huwelijksvermogensstelsel (art. 1395-1396 B.W.).

Verandering

Het bestaande huwelijksvermogensstelsel kan zowel vóór of na het huwelijk worden gewijzigd.

Voordat het huwelijk gesloten is, mag het huwelijkscontract gewijzigd worden, mits de tegenwoordigheid en gelijktijdige toestemming van allen die er partij bij geweest zijn. Die wijzigingen zijn maar pas aan derden tegenstelbaar indien zij achteraan op de minuut van het huwelijkscontract gesteld zijn. De notaris is verplicht ze over te nemen in de uitgiften en grossen van het huwelijkscontract (art. 1393 B.W.).

De echtgenoten kunnen tijdens het huwelijk hun huwelijksvermogensstelsel wijzigen naar goeddunken en zelf een ander stelsel aannemen (art. 1394 B.W.).
Indien één van de echtgenoten hierom verzoekt, wordt de wijzigingsakte voorafgegaan door een boedelbeschrijving van alle roerende en onroerende goederen en van de schulden van de echtgenoten. Deze boedelbeschrijving is vereist indien de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel de vereffening van het vorig stelsel tot gevolg heeft. De boedelbeschrijving wordt vastgesteld bij notariële akte.
Binnen een maand na de wijzigingsakte deelt de notaris een minuut van de wijzigingsakte mee aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van het huwelijk voltrokken is. Deze vermeldt op de kant van de huwelijksakte de datum van de wijzigingsakte en de notaris die ze heeft opgemaakt (art. 1395 B.W.).
Binnen de maand na de opmaak van de wijzigingsakte maakt de notaris het uittreksel van de bedongen wijzigingen van het huwelijksvermogensstelsel bekend in het Belgisch Staatsblad. Tussen echtgenoten hebben de bedongen wijzigingen gevolg vanaf de datum van de wijzigingsakte. Zij hebben slechts gevolg ten aanzien van derden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (art. 1396 B.W.)

Gekozen stelsel

Aanstaande echtgenoten die het wettelijk stelsel niet wensen, kunnen vrijelijk kiezen voor een ander stelsel. Ze kunnen dit stelsel volledig zelf uitwerken, maar kunnen ook kiezen tussen een aangepast stelsel op basis van gemeenschap van goederen of zonder gemeenschap van goederen.

Partijen kunnen kiezen voor een gemeenschap van goederen. Een dergelijk stelsel kan identiek zijn of afwijkend zijn van het wettelijk stelsel (bvb. op het vlak van de samenstelling en de verdeling van de gemeenschap). Indien de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen wordt gewijzigd kan het gaan om een uitbreiding (beding van inbreng - art. 1452 B.W. of van algehele gemeenschap - art. 1453 B.W.) of een inperking van het gemeenschappelijk vermogen. Bij bedingen van ongelijke verdeling kan bvb worden gekozen voor (i) het toekennen van een recht op vooruitneming door een voorafname van geld of goederen (art. 1457 B.W.), (ii) een ongelijke verdeling bij ontbinding (dus niet in helften), waarbij zelfs de gehele gemeenschap aan één echtgenoot kan toebedeeld worden (art. 1451, lid 2 B.W.), of (iii) een overnamebeding ten behoeve van de langstlevende echtgenoot tegen schattingsprijs.

Partijen kunnen ook kiezen voor een stelsel van scheiding van goederen. In dat geval zijn er maar twee vermogens, namelijk dat van elk van de echtgenoten (art. 1466-1461 B.W.). Iedere echtgenoot heeft in dat geval bestuursbevoegdheid over zijn eigen goederen. Ieder van hen moet wel bijdragen in de lasten van het huwelijk waarvoor zij normaal hoofdelijk gehouden zijn.

 

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.