Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Eigendom en bezit
facebook facebook
  • Register

 

EIGENDOM


Algemene beginselen

Eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten en de verordeningen (art. 544 B.W.).

Het eigendomsrecht is het meest volmaakte zakelijke recht. Alle andere zakelijke rechten zijn afgeleiden van het eigendomsrecht en beperkter van omvang.

Eigendom is een fundamenteel recht dat mede wordt beschermd door art. 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook artikel 16 Grondwet beschermt het eigendomsrecht. Het eigendomsrecht wordt bovendien strafrechtelijk beschermd (art. 461-550 Sw).

De eigenaar heeft een aantal bevoegdheden die kunnen worden onderverdeeld in :

  • Gebruik: De eigenaar heeft het recht om het goed te gebruiken (bvb zelf met zijn voertuig rijden, zelf zijn huis bewonen).
  • Genot: De eigenaar heeft het recht om de vruchten van zijn goed op te strijken. Hierbij kan worden gedacht aan de natuurlijke vruchten (art. 583 B.W.) (bvb zoals de vruchten van een boomgaard), maar ook de burgerlijke vruchten (art. 584 B.W.) (zoals het opstrijken van huur - of pachtgelden of interesten op kapitalen)
  • Beheer: De eigenaar heeft het recht om zijn goed te beheren, in de zin dat het vruchten kan opbrengen (zoals een onroerend goed verhuren)
  • Beschikking : De eigenaar heeft tevens het recht om handelingen te stellen die de waarde van een goed kunnen doen toenemen of verminderen (zoals vernietigen, herstellingswerken uitvoeren, verkopen, in hypotheek geven etc.)

Het voorwerp van het eigendomsrecht kan drie vormen aannemen. Een onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • Roerende goederen : Dergelijke goederen zijn verplaatsbaar (mobiel), zoals voertuigen, werktuigen, kledij, etc.
  • Onroerende goederen : Dergelijke goederen zijn onverplaatsbaar (immobiel), zoals gronden en gebouwen.
  • Onlichamelijke goederen : Hierbij kan worden gedacht aan schuldvorderingen, aandelen/obligaties, intellectuele rechten etc.

Eigenaars van onroerende goederen hebben bovendien het recht op:

  • Afsluiting : Het aanbrengen van een afsluiting (zoals een haag, een muur, een hekken etc.). Iedere eigenaar mag zijn erf afsluiten, tenzij hij een uitweg moet verlenen via zijn erf naar de openbare weg aan een ander ingesloten erf (art. 647 B.W.)
  • Afpaling : Het aanbrengen van palen op de grenslijn tussen gronden. Iedere eigenaar kan zijn buur verplichten tot het afpalen van hun aan elkaar grenzende eigendommen. Deze afpaling gebeurt op gemeenschappelijke kosten (art. 646 B.W. en art. 38-47 Veldwetboek).


Eigendomsverwerving


Eigendom kan op drie manier worden verworven, zijnde (i) door overdracht van eigendom, (ii) door eigendomsvestiging, of (iii) door eigendomstoewijziging.

 

- Overdracht van eigendom

Overdracht van eigendom impliceert dat partij A zijn eigendomsrecht overdraagt aan partij B (bij schenking, testament, erfenis of bij overeenkomst).

Belangrijk hierbij is om te weten vanaf welk ogenblik derden (die dus geen partij waren bij de overdracht tussen A en B) het eigendomsrecht van de nieuwe verkrijger moeten erkennen.

Bij onroerende goederen speelt het publiciteitssysteem via het hypotheekkantoor een essentiële rol. Meer in het bijzonder zal tussen partijen A en B de eigendomsoverdracht een feit zijn, op het ogenblik dat er een akkoord tussen hen beiden bestaat over het goed in kwestie en over de prijs. Ten aanzien van derden zal er pas sprake zijn van eigendomsoverdracht, op het ogenblik dat de akte van eigendomsoverdracht is overgeschreven op het hypotheekkantoor (art. 1 Hyp. W). Dit heeft concreet tot gevolg dat indien A zijn goed een tweede keer zou verkopen aan partij C (bvb. via een andere notaris), en C de verkoopsakte laat overschrijven op het hypotheekkantoor, nog voor partij B dit gedaan heeft, enkel partij C naar derden toe als eigenaar zal worden beschouwd. Dit alles geldt wel voor zover partij C te goeder trouw is, in de zin dat hij geen kennis had van de verkoopsakte tussen A en B.

Voor roerende goederen bestaat er geen publiciteitssysteem. Het openbaar bezit van een roerend goed geldt hierbij wel als eigendomstitel (art. 2279 B.W.). Diegene die een roerend goed bezit kan dus aan derden tegenwerpen dat hij de eigenaar is.

De overdracht van schuldvorderingen is uitgewerkt in art. 1690 B.W. Als A een schuldvordering heeft jegens B, en deze schuldvordering overdraagt aan C, dan is deze overdracht aan B tegenwerpelijk zodra B hiervan in kennis wordt gesteld. Ten aanzien van derden is deze schuldoverdracht tegenwerpelijk vanaf het ogenblik dat A en C een akkoord hebben omtrent de schuldoverdracht.

 

- Eigendomsvestiging

Het eigendomsrecht kan ook verkregen worden door (i) de toe-eigening, (ii) de vinding en de (iii) natrekking

Een goed die aan niemand toebehoort kan worden toegeëigend. Het kan hierbij gaan om een goed dat nooit een eigenaar heeft gehad (zoals wild of vissen - vissen of jagen wordt wel door bijzondere wetten geregeld (art. 715 B.W.)), dan wel door de eigenaar vrijwillig werd achtergelaten (zoals hetgeen op een vuilnisbelt wordt geworpen). Gemene goederen, verloren goederen of achtergelaten goederen kunnen daarentegen nooit toegeëigend worden.

Eigendom kan ook verkregen worden door vinding, waarbij men een goed ontdekt of aantreft dat geen eigenaar heeft. Hierbij kan worden gedacht aan een schat, zijnde een verborgen of bedolven zaak waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen en die door louter toeval wordt ontdekt. De eigendom van een schat behoort aan wie hem in zijn eigen erf vindt. Wordt de schat in het erf van iemand anders gevonden, dan behoort de schat voor de helft aan de vinder en voor de andere helft aan de eigenaar van het erf (art. 716 B.W.). Ook kan worden gedacht aan vonden. Het betreft zaken die in zee zijn geworpen en voorwerpen van welke aard ook die door de zee worden aangespoeld, en planten en kruiden die groeien langs de oevers van de zee. Dergelijke vonden worden door bijzondere wetten geregeld (art. 717 B.W.).

Eigendom kan ook worden verkregen door natrekking. De eigendom van een roerende of een onroerende zaak geeft immers recht op al wat zij voortbrengt en op hetgeen, hetzij natuurlijk, hetzij kunstmatig, als bijzaak ermee verenigd wordt. Dit recht wordt recht van natrekking genoemd (art. 546 B.W.). Er moet dus sprake zijn van twee zaken, de ene de hoofdzaak, de andere de bijzaak waartussen een materiële band bestaat. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen:

  • De voortbrengselen van een zaak. Hierbij kan worden gedacht aan de natuurlijke vruchten (bvb de appels van een appelboom, de vruchten van nijverheid van de grond (bvb. koper dat uit een mijn wordt ontgonnen), de burgerlijke vruchten (bvb. interest op kapitaal) de jongen van dieren (art. 547 B.W.)
  • Hetgeen met een zaak wordt verenigd en er één lichaam mee uitmaakt. Alles wat met een zaak verenigd wordt en één lichaam ermee uitmaakt, behoort de eigenaar van de zaak toe (art. 551 B.W.). Bij onroerende goederen kan deze natrekking op natuurlijke wijze (bvb. aanslijkingen en aanwassen van stromen en rivieren - art. 556-563 BW.) of op kunstmatige wijze gebeuren (namelijk wanneer onroerende goederen worden bebouwd of beplant; wie eigenaar is van de grond wordt ook eigenaar van hetgeen op zijn grond wordt gezet - art. 552 e.v. B.W.). Wat de kunstmatige wijze van natrekking betreft bestaan wel specifieke bepalingen naar gelang de eigenaar van de grond heeft gebouwd met materialen die hem niet toebehoren (art. 554 B.W.), dan wel indien een derde met zijn eigen materialen gebouwd heeft op de grond van de eigenaar (art. 555 B.W.). Bij roerende goederen wordt natrekking geregeld door de artikelen 565-577 B.W., doch deze regelgeving heeft weinig belang gelet op het principe dat de bezitter van een onroerend goed geacht wordt de eigenaar te zijn.

 

- Toewijzing

Tot slot kan eigendom ook worden verkregen door toewijzing. Achtergelaten zaken (art. 3 lid 4 van de wet van 21 februari 1983 betreffende de verkoop van sommige achtergelaten voorwerpen) of burgerlijke panden (art. 2078 B.W.) kunnen door de rechtbank worden toegewezen aan de ontvanger van de achtergelaten zaak of de pandhouder.


Beperkingen

Alhoewel het eigendomsrecht een vrij absoluut recht is, kan het toch onderworpen worden aan bepaalde beperkingen.

- In eerste instantie kan de wetgever de bevoegdheden van een eigenaar inperken. Deze beperkingen dienen het algemeen belang. Hierbij kan worden gedacht aan de wettelijke erfdienstbaarheden, de reglementering inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening, de onteigening ten algemenen nutte (art. 16 Grondwet).

- In tweede instantie kan een eigenaar zichzelf ook - via een overeenkomst - beperkingen opleggen. Hij kan hierbij persoonlijke verbintenissen opnemen, zoals er zich toe verbinden om een onroerend goed niet te verkopen, te verhuren, in hypotheek te geven etc. Hij kan ook zakelijke genotsrechten aan derden toekennen zoals een vruchtgebruik, een erfdienstbaarheid etc.

- In derde instantie werd door de rechtspraak het principe van rechtsmisbruik ontwikkeld. De eigenaar mag geen misbruik maken van zijn eigendomsrecht.

De rechtspraak heeft ook het principe van het verbod van burenhinder ontwikkeld. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de foutieve en de foutloze burenhinder. In geval de eigenaar een foutieve handeling stelt die in oorzakelijk verband staat met schade die aan een buur wordt veroorzaakt dan is de leer van de onrechtmatige daad (art. 1382 B.W.) van toepassing. Het is evenwel mogelijk dat burenhinder ontstaat zonder fout van de eigenaar. De rechter zal hierbij het evenwichtsbeginsel hanteren : buren dienen in zekere mate hinder van elkaar te verdragen; slechts indien deze hinder de normale grenzen van burenhinder overschrijdt is er sprake van overlast die voor een 'passende vergoeding' in aanmerking komt. (Cass. 6 april 1960, Arr. Cass. 1960, 722; Cass. 7 december 1992, Arr. Cass. 1991-92, 1388)

 

BEZIT

Bezit is een feitelijke toestand van iemand die meent of pretendeert eigenaar te zijn, zonder dat dit het geval is. Zo kan iemand beweren dat hij eigenaar is van een voertuig, terwijl achteraf kan blijken dat het voertuig gestolen is, en een derde eigenaar van het voertuig is. Bezit is dus een feitelijke eigendom. Bezit dient in ieder geval onderscheiden te worden van 'detentie' (waarbij iemand een goed onder zich houdt als huurder of bewaarnemer) of het 'bezit ter bede' of 'precair gedogen' (art. 2232 B.W.) (waarbij iemand een goed kan gebruiken tot de eigenaar het terug vraagt).

Bezit veronderstelt dat de bezitter een zaak onder zich houdt of er van geniet en daarover zijn meesterschap kan uitoefenen (art. 2228 B.W.).

De bezitter is ter goeder trouw indien hij er rechtmatig van uitgaat dat hij de eigenaar is van het goed. De bezitter is ter kwade trouw indien hij goed weet dat hij niet de eigenaar is van het goed (art. 550 B.W.).

Het bezit kan door verjaring tot eigendom leiden, indien de bezitter het goed voortdurend en onafgebroken, ongestoord, openbaar, en niet dubbelzinnig als eigenaar bezit (art. 2229 B.W.).

Het bezit wordt beschermd door het bezitsrecht. Het bezit van roerende goederen wordt specifiek beschermd door het principe 'bezit geldt als titel' van eigendom (art. 2279 B.W.). Het loutere bezit van een roerend goed verschaft de bezitter dus een eigendomstitel. Dit betekent dat de bezitter zich in een sterke positie verkeert, zelfs tegenover de 'echte' eigenaar. Deze laatste dient immers te bewijzen dat hij de eigenaar is.

De bezitter beschikt op zijn beurt over een bezitsvordering (art. 1370-1371 Ger.W.) indien hij in zijn bezit wordt gestoord of er uit ontzegd wordt.

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.