Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Collectieve schuldenregeling
facebook facebook
  • Register

U zoekt juridisch advies? Stel ons uw vragen !

 

 


Algemeen

Voor natuurlijke personen die geen handelaar zijn bestaat er een specifieke insolventieprocedure : de collectieve schuldenregeling (foutief soms collectieve schuldbemiddeling genoemd). De laatste jaren is het aantal gezinnen dat kreunt onder overmatige schuldenlast aanzienlijk toegenomen. De procedure van collectieve schuldenregeling wil het menswaardig bestaan van de schuldenaar in zeker mate mogelijk houden, en tegelijk voorzien in een terugbetaling van de schulden.

Deze procedure, die overigens enkel kan aangegrepen worden door personen met een woonplaats in België, wordt geregeld door de artikelen 1675/2 tot en met 1675/19 van het Gerechtelijk Wetboek.


Wie kan een collectieve schuldenregeling aanvragen?

Indien een natuurlijk persoon niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare  of nog te vervallen schulden te betalen,  dan kan hij bij de rechter een verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen (art. 1675/2 Ger.W.). De schuldenaar mag wel niet kennelijk zijn onvermogen bewerkstelligd hebben. Hij mag dus geen handelingen hebben gesteld met de bedoeling zich onvermogend te maken (Cass. 21 juni 2007). Ook een schuldlast veroorzaakt door misdrijven van de schuldenaar zal niet kunnen geregeld worden onder het regime van de collectieve schuldenregeling. Tot slot zal ook de collectieve schuldenregeling geweigerd worden indien de schuldenaar niet de intentie heeft om via deze regeling zijn schuldeisers te betalen.

De schuldenaar moet geconfronteerd worden met duurzame en structurele betalingsproblemen. Hiervoor zijn geen verschillende schulden bij verschillende schuldeisers vereist. Eén grote schuld bij één schuldeiser kan reeds voldoende zijn (Cass. 16 maart 2000). Wanneer een schuldenaar een onroerend goed bezit dat hij kan verkopen om zijn schulden te voldoen, dan bevindt hij zich niet op een duurzame wijze in de onmogelijkheid om zij schulden te voldoen (Cass. 15 januari 2010).

Een persoon die vroeger handelaar is geweest, kan een verzoek tot collectieve schuldenregeling slechts indienen ten minste zes maanden na het stopzetten  van zijn handel of, zo hij failliet werd verklaard, na de sluiting van het faillissement.


Hoe moet een collectieve schuldenregeling worden aangevraagd?

Om een collectieve schuldenregeling aan te vragen moet een verzoekschrift worden neergelegd bij de arbeidsrechtbank. De formaliteiten waaraan dit verzoekschrift moet voldoen staan beschreven in art. 1576/4 Ger.W.

Binnen de 8 dagen na het indienen van dit verzoekschrift doet de rechtbank uitspraak over de toelaatbaarheid van dit verzoek. Als de rechtbank het verzoek toelaatbaar verklaart, dan stelt hij een schuldbemiddelaar aan en eventueel een notaris of gerechtsdeurwaarder. Ambtshalve zal de rechtbank ook beslissen of de verzoeker gehele of volledige rechtsbijstand krijgt (art. 1675/6 Ger.W.).


Wat zijn de gevolgen van de toekenning van een collectieve schuldenregeling?

Op het ogenblik dat de rechtbank een collectieve schuldenregeling toestaat, wordt er als het ware een foto gemaakt van de activa en de schulden, die als basis zal dienen voor de herstelmaatregelen. Er ontstaat een samenloop tussen de diverse schuldeisers die allen op gelijke wijze zullen behandeld worden.

Het vermogen van de schuldenaar wordt onbeschikbaar. De schuldenaar kan enkel nog kleine dagdagelijkse handelingen stellen om te vermijden dat zijn schuldenlast nog meer zou toenemen. Hij kan, zonder toestemming van de rechter, geen daden stellen die een normaal vermogensbeheer te buiten gaan, die een bepaalde schuldeiser zouden bevoordelen (behalve het betalen van lopende onderhoudsgelden) of die zijn onvermogen zouden begroten (art. 1675/7 Ger.W.).

Alle uitvoeringsmaatregelen tot betaling van een geldsom worden geschorst (niet de uitvoeringsmaatregelen in natura, zoals het uitdrijven van een huurder). Beslagen die gelegd zijn behouden wel hun bewarend karakter. Dit betekent dus dat een schuldeiser geen beslag meer kan laten leggen of een bestaand beslag verderzetten. De schuldeiser kan wel nog de schuldenaar dagvaarden via een procedure ten gronde om deze te laten veroordelen tot betaling, maar hij zal dit vonnis niet kunnen laten uitvoeren zolang de collectieve schuldenregeling loopt.

Indien er echter voor de datum van toelaatbaarheid van het verzoek tot collectieve schuldenregeling reeds een datum was vastgelegd waarop een gedwongen verkoop zou plaatsvinden van in beslag genomen roerende of onroerende goederen van de schuldenaar, dan zal deze verkoop doorgaan voor rekening van de boedel (art. 1675/7 §2 Ger.W.). De gerechtsdeurwaarder of de notaris zal dan de opbrengst van de verkoop overmaken aan de schuldbemiddelaar.

Tijdens de duurtijd van de collectieve schuldenregeling worden de interesten geschorst (zowel de vergoedende, moratoire als conventionele interesten). Dit geldt ook voor hypothecaire leningen. Een hypothecaire schuldeiser kan bij de verkoop van het onroerend goed waarop de hypotheek rust, dus geen aanspraak maken op interesten die vervallen zijn na de beslissing van de toelaatbaarheid van de collectieve schuldenregeling, zelfs indien de verkoop niet gebeurt in het kader van de aanzuiveringsregeling (Cass. 15 oktober 2004).

De opschorting van uitvoeringsmaatregelen geldt niet voor schuldvorderingen die zijn ontstaan na de beslissing tot toelaatbaarheid van de collectieve schuldenregeling. Deze schuldvorderingen kunnen dus wel gedwongen ten uitvoer worden gelegd.

De opname van een schuld in het verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling doet de bevrijdende verjaring teniet omdat de schuldenaar hierdoor de schuld erkent. Door deze erkenning herleeft dus de verjaarde schuld.

Ook de gevolgen van de overdracht van een schuldvordering als van zakelijke zekerheden en voorrechten, worden geschorst tot de aanzuiveringsregeling tot een einde komt, verworpen of herroepen wordt (art. 1675/7 §1 Ger.W.). Zakelijke zekerheden en voorrechten zullen wel uitwerking krijgen bij de tegeldemaking van het vermogen (Cass. 31 mei 2001).

Een verkoper die een goed aan de schuldenaar verkocht heeft onder beding van eigendomsvoorbehoud, zal geen beslag tot terugvordering meer kunnen instellen en hij zal dus de clausule van eigendomsvoorbehoud niet kunnen opwerpen. Is de verkochte zaak nog in het bezit van de schuldenaar, dan zal hij enkel over een voorrecht beschikken op de prijs (art. 20, 5° Hyp.W.) (Cass. 7 mei 2010).

De fiscus bezit echter over een ruim compensatierecht dat behouden blijft niettegenstaande ieder beslag, overdracht, samenloop of insolventieprocedure (Cass. 14 december 2007).

Het lot van de persoonlijke zekerheidssteller wordt geregeld door artikel 1675/16bis Ger.W. waarin een analoge procedure tot bevrijding wordt voorzien als in het geval van een faillissement.


Wat kunnen of moeten de schuldeisers doen wanneer een verzoek tot collectieve schuldenregeling toelaatbaar wordt verklaard?

Uiterlijk vijf dagen nadat het verzoek toelaatbaar werd verklaard, brengt de griffier deze beslissing ter kennis van alle betrokkenen bij gerechtsbrief (art. 1675/9 Ger.W.), zijnde (i) de verzoeker en zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, en desgevallend zijn advocaat, (ii) de schuldeisers (die gekend zijn als ze in het verzoekschrift zijn opgenomen) en de personen die een persoonlijke zekerheid hebben gesteld, samen met een formulier om aangifte van schuldvordering te doen, (iii) de schuldbemiddelaar, (iv) de schuldenaars met de kennisgeving dat toekomstige betalingen enkel aan de schuldbemiddelaar kunnen geschieden.

Schuldeisers kunnen tegen de beslissing van toelaatbaarheid derdenverzet instellen. Dit dient te gebeuren binnen de maand na de kennisgeving van de beslissing (art. 1675/16, 3° Ger.W. en art. 1125 Ger.W.). Deze dagvaarding moet betekend worden aan alle partijen die tegenwoordig waren voor de rechter die de bestreden beslissing heeft genomen, zijnde de schuldenaar en de eventuele eisende partijen, alsook de schuldbemiddelaar die in de beslissing werd aangewezen. Indien de rechter op derdenverzet zijn oorspronkelijke beslissing zou vernietigen dan geldt deze uitspraak voor alle bij de zaak betrokken partijen en geldt deze dus voor alle schuldeisers van de schuldenaar (Cass. 14 mei 2009). Andere beslissingen van de rechter in het kader van de collectieve schuldenregeling zijn niet vatbaar voor derdenverzet (art. 1675/16, lid 3 Ger.W.).

Schuldeisers dienen aangifte van schuldvordering te doen uiterlijk één maand na toezending van de beslissing tot toelaatbaarheid. Dit gebeurt bij de schuldbemiddelaar ofwel bij aangetekende brief met ontvangstbewijs, ofwel bij aangifte op het kantoor van de schuldbemiddelaar met ontvangstbevestiging ondertekend door de schuldbemiddelaar (art. 1675/9 §2 Ger.W.). 

Wanneer een gekende schuldeiser geen aangifte heeft gedaan binnen de maand, dan zal de schuldbemiddelaar hem een herinnering sturen per aangetekende zending met ontvangstbewijs. De schuldeiser heeft dan nog een aanvullende termijn van 15 dagen om aangifte te doen. Indien alsnog geen aangifte wordt gedaan, dan wordt de schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering en verliest hij het recht om zich voor deze schuld te verhalen op de schuldenaar en de personen die een persoonlijke zekerheid voor hem hebben gesteld (art. 1675/9 §3 Ger.W.). Dit is een zeer strenge sanctie tegenover de stilzittende schuldeiser, zodat een tijdige aangifte niet uit het oog mag worden verloren. Wordt er echter geen aanzuiveringsregeling opgelegd (afwijzing) of wordt de schuldenaar met een herroeping gesanctioneerd, dan herwint de nalatige schuldeiser zijn verhaalsrecht op de schuldenaar.


Wat houdt de minnelijke aanzuiveringsregeling in?

De schuldbemiddelaar zal een overzicht maken van de financiële toestand van de schuldenaar. Hij zal vervolgens een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling opstellen. Hij zal enkel de niet-betwiste schuldvorderingen of degene die bij titel zijn vastgesteld, in het ontwerp opnemen ten belope van de aldus verantwoorde bedragen (art. 1675/10 §2 en §3 Ger.W.).

Elke schuldeiser (zowel overheden als particulieren) kunnen de schuld van de schuldenaar volledig of gedeeltelijk kwijtschelden, en dit ongeacht de aard van de schuld. Dit geldt ook voor fiscale schulden en achterstallige sociale bijdragen (art. 1675/10 §3bis Ger.W.).

De schuldbemiddelaar beschikt over een termijn van 6 maanden om een minnelijk plan uit te werken (art. 1675/11 Ger.W.). Deze termijn kan eventueel verlengd worden tot maximum 12 maanden. Hij zal zijn ontwerp tot regeling van minnelijke aanzuivering bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging naar de schuldenaar sturen en naar de schuldeisers. Dit ontwerp kan voor bepaalde schuldvorderingen een verschillende regeling bevatten.

Dit plan kan enkel bij unanimiteit (dus door alle schuldeisers) goedgekeurd worden. Elke schuldeiser kan bezwaar formuleren uiterlijk binnen de 2 maanden na toezending van het ontwerp, bij aangetekende zending met ontvangstbewijs of via een verklaring afgelegd bij de schuldbemiddelaar. De schuldeiser dient zijn afwijzing van het plan niet te motiveren.

Worden er geen bezwaren geformuleerd, dan worden alle schuldeisers geacht met de regeling in te stemmen.  De schuldbemiddelaar bezorgt dan de bekomen regeling, het verslag van zijn werkzaamheden en de dossierstukken aan de rechter, die het akkoord zal bekrachtigen (art. 1675/10 §5 Ger.W.).

De schuldbemiddelaar (minnelijke regeling) en de rechter (gerechtelijke regeling) dient bij het opmaken van de aanzuiveringsregeling voorrang te geven aan die schulden die het recht van de schuldenaar en zijn gezin om een menswaardig leven te leiden, in het gedrang brengen (zoals energiekosten, medische kosten etc.). Hiervoor kan dus de gelijkheid onder de schuldeisers worden verbroken.

Aan de schuldenaar en zijn gezin zal een leefgeld worden uitgekeerd, dat minstens het onbeslagbaar deel van zijn inkomen bedraagt (art. 1675/9 §4 Ger.W.).


Wat houdt de gerechtelijke aanzuiveringsregeling in?

Wanneer de schuldbemiddelaar vaststelt dat er geen akkoord kan gevonden worden over een minnelijke aanzuiveringsregeling, dan maakt hij een proces-verbaal in die zin samen met zijn dossier aan de rechter over. De rechtbank kan vervolgens een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opstellen en aan alle partijen opleggen. De rechtbank kan 3 vormen van beslissingen nemen.

[1] In eerste instantie dient de rechtbank een regeling op te stellen zonder kwijtschelding van schulden in hoofdsom en zonder verkoop van bezittingen. Hij kan hierbij diverse maatregelen opleggen zoals uitstel of herschikking van betaling van schulden in hoofdsom, interesten en kosten, of vermindering van de conventionele interestvoet naar de wettelijke interestvoet, of gehelde/gedeeltelijke kwijtschelding van de moratoire interesten, vergoedingen en kosten (art. 1675/12 Ger.W.).

Hierbij kan de rechter maatregelen nemen waarnaar de schuldenaar zich zal moeten schikken en die als doel hebben om de schuldaflossing te vergemakkelijken (zoals verhuizen naar een minder dure woning, wanneer de schuldenaar een te hoge huur betaalt). De schuldenaar mag ook geen daden stellen om zijn onvermogen te doen vergroten. Het vonnis zal bepalen hoelang de regeling duurt, en mag niet meer bedragen dan 5 jaar (art. 1675/12 §2 Ger.W.).

[2] Wanneer deze maatregelen ontoereikend zijn, dan kan de rechter op verzoek van de schuldenaar een regeling opleggen met kwijtschelding van schulden in hoofdsom (art. 1675/13 Ger.W.). Aangezien de rechten van de schuldeisers hierdoor verregaande worden aangetast, is een dergelijke regeling aan strikte voorwaarden onderworpen.

Op het einde van de aanzuiveringsregeling is de kwijtschelding verworven. Wel zal de schuldbemiddelaar in dat geval de beslagbare activa van de schuldenaar verkopen en de verkoopprijs verdelen onder de schuldeisers (waarbij met voorrechten en hypotheken wordt rekening gehouden).

Het niet-aangezuiverde deel zal dus op het einde van de regeling worden kwijtgescholden, tenzij de schuldenaar tijdens de aanzuiveringsregeling opnieuw vemogend wordt, waardoor hij zijn schulden weer kan betalen. Dit zal blijken uit de verslagen van de schuldbemiddelaar. Het vonnis zal in dat geval ook de duurtijd van de regeling aanduiden, die ligt tussen 3 en 5 jaar (art. 1675/13 §2 Ger.W.).

De schuldenaar zal de gunst van de kwijtschelding kunnen verliezen indien hij kwaadwillig het aanzuiveringsplan niet naleeft, waarbij de rechter de regeling kan herroepen (art. 1675/15 Ger.W.). Tot vijf jaar na afloop van de aanzuiveringsregeling kan de schuldenaar ook de gunst van de kwijtschelding verliezen indien een  in het nadeel van een schuldeiser gestelde bedrieglijke handeling aan het licht komt.

De rechter kan evenwel geen kwijtschelding uitspreken voor niet-vervallen onderhoudsgelden, alsook voor de schuld die een schadevergoeding inhoudt voor herstel van lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf, alsook voor de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van het faillissement (art. 1675/13 §3 Ger.W.).

[3] Wanneer een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling niet mogelijk is, omdat de schuldenaar over onvoldoende middelen beschikt, dan kan de schuldbemiddelaar uit eigen initiatief voorstellen om alle schulden volledig kwijt te schelden zonder aanzuiveringsregeling. Ook de schuldenaar zelf mag om totale kwijtschelding van zijn schulden verzoeken (GW 22 december 2011).

De rechter kan dit verzoek toestaan gekoppeld aan begeleidingsmaatregelen waarvan de duurtijd niet langer dan 5 jaar mag bedragen (zoals budgetbeheer, actief werk zoeken, etc.).

Deze totale kwijtschelding van schulden vindt zijn inspiratie in het faillissementsrecht waarbij de gefailleerde ook verschoonbaar kan worden verklaard bij sluiting van het faillissement en nadien niet meer door zijn schuldeisers kan worden vervolgd.

De schuldenaar moet wel volledig uitgewonnen zijn alvorens deze regeling kan worden uitgesproken. Dit betekent dat alle voor beslag vatbare goederen van de schuldenaar reeds moeten zijn verkocht ten voordele van de schuldeisers. De schuldenaar moet dus echt wel definitief en totaal onvermogend zijn en geen enkele mogelijkheid tot terugbetaling hebben.


Hoe wordt de procedure opgevolgd en gecontroleerd?

Het is uiteraard belangrijk dat de naleving van de collectieve schuldenregeling wordt opgevolgd en indien nodig wordt beteugeld. Ook moet op een zeer flexibele wijze kunnen ingespeeld worden op wijzigingen in de concrete omstandigheden en de situatie van de schuldenaar. Daarom zal de zaak ook op de rol van de arbeidsrechtbank ingeschreven blijven tot het einde of de herroeping van de regeling (art. 1675/14 §2 lid 1 Ger.W.).

De schuldbemiddelaar speelt hierbij een cruciale rol. Hij is als gerechtelijke mandataris belast met de opvolging en controle van de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling (Cass. 4 september 2003). Een aanzuiveringsregeling biedt de mogelijkheid om de financiële toestand en de aanzuiveringscapaciteiten van de schuldenaar op te volgen. De schuldenaar moet de schuldbemiddelaar ook onmiddellijk in kennis stellen van elke wijziging van zijn vermogenstoestand.

Indien er moeilijkheden opduiken die de uitwerking van de regeling belemmeren of wanneer nieuwe feiten zich voordoen tijdens het opstellen van de regeling of in een latere fase de herziening van de regeling rechtvaardigen, dan kan de schuldbemiddelaar, de arbeidsauditeur, de schuldenaar of elke belanghebbende schuldeiser door een eenvoudige schriftelijke verklaring ter griffie de zaak opnieuw voor de rechter brengen. De griffier zal dan aan partijen een datum meedelen waarop de zaak voor de rechter komt (art. 1675/14 Ger.W.).

Ook de herroeping van de regeling kan worden gevraagd aan de rechter via een eenvoudige schriftelijke verklaring, door de schuldbemiddelaar of door een belanghebbende schuldeiser, wanneer de schuldenaar onjuiste stukken heeft afgegeven, zijn verplichtingen niet nakomt, onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn inkomsten heeft verminderd, zijn onvermogen heeft bewerkt of valse verklaringen heeft afgelegd (art. 1675/15 Ger.W.).

Herroeping van de collectieve schuldenregeling vereist dus kwade trouw in hoofde van de schuldenaar. Dit zal bvb niet het geval zijn wanneer de schuldenaar onopzettelijk bepaalde elementen van zijn vermogen verzuimd heeft te melden in zijn verzoekschrift. Ook de verbetering van de situatie van de schuldenaar tijdens de procedure is geen wettelijke grondslag voor herroeping.

Indien de schuldenaar daarentegen bvb. opzettelijk en zonder medeweten van de schuldbemiddelaar uitkeringen ontvangt en deze uitgeeft, dan kan de collectieve schuldenregeling herroepen worden verklaard. Ook indien de schuldenaar in één jaar tot drie maal toe van werkgever is veranderd en telkens zijn schuldbemiddelaar hierover niet of laattijdig heeft ingelicht, dan schiet hij tekort in zijn verplichting tot transparantie over zijn vermogen en kan herroeping worden aanvaard.

Ook kan elke schuldeiser vanaf het einde van de aanzuiveringsregeling die een kwijtschelding van schulden in hoofdsom inhoudt, gedurende een periode van 5 jaar aan de rechter een herroeping van de regeling vragen indien de schuldenaar een bedrieglijke handeling in het nadeel van de schuldeiser zou hebben gesteld (art. 1675/15 §2 Ger.W.).

Indien de regeling wordt herroepen wegens kwade trouw van de schuldenaar, dan moet hij een wachttermijn van 5 jaar in acht nemen alvorens hij opnieuw een verzoek tot collectieve schuldenregeling kan indien.

Indien de aanzuiveringsregeling wordt herroepen dan herwinnen de schuldeisers het recht om individueel hun vordering uit te oefenen op de goederen van de schuldenaar voor de inning van dat deel van hun schuldvorderingen die niet betaald is.

Met het overlijden van de schuldenaar eindigt eveneens de procedure van collectieve schuldenregeling.

 

 

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.