Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Franchise - Franchising
facebook facebook
  • Register

Auteursrecht

This is dummy text. You can add any text or html markup here.

Merk

This is dummy text. You can add any text or html markup here.

Octrooi-Patent

This is dummy text. You can add any text or html markup here.

Domeinnaam

This is dummy text. You can add any text or html markup here.

Onbetaalde facturen kunnen uw onderneming vaak in financiële moeilijkheden brengen. Het is dan ook belangrijk om zeer snel uw niet-geprotesteerde facturen te kunnen invorderen. Ons kantoor verzorgt al meer dan 10 jaar voor heel veel ondernemingen de incasso van hun facturen. Contacteer ons dus zeker !


Hoe gaan wij te werk? 

Wij gaan op een zeer gestructureerde en efficiënte wijze te werk bij het invorderen van uw openstaande facturen:

  • Invordering via niet-gerechtelijke weg

    Binnen de 24 uur na ontvangt van uw opdracht sturen wij al een eerste aanmaning naar uw schuldenaar
    - Volgt geen betaling dan wordt een tweede aanmaning na 10 dagen (bij handelaars) of 30 dagen (naar consumenten) gestuurd
    - Volgt betaling, dan storten wij de hoofdsom van de factuur naar u door
  • Invordering via gerechtelijke weg

    - Indien via minnelijke weg geen betaling wordt ontvangen dan doen wij een solvabiliteitsonderzoek van uw schuldenaar
    - In overleg beslissen wij dan of we overgaan tot een gerechtelijke procedure
    - In dit geval dagvaarden wij de schuldenaar voor de bevoegde rechtbank en vorderen een vonnis waarin de schuldenaar wordt veroordeeld
    - Zodra een vonnis uitgesproken is, sturen wij dit door naar een gerechtsdeurwaarder om deze uitspraak gedwongen uit te voeren

Waarom beroep doen op een advocaat om uw facturen in te vorderen en niet op een incassobureau?

De voordelen om met een advocaat samen te werken zijn de volgende:

  1. Een brief van een incassobureau komt vaak agressiever over dan een brief van een advocaat die een meer professionele indruk geeft
  2. Het slagingspercentage bij een brief van een advocaat is groter. Een schuldenaar betaalt sneller onder druk van een brief van een advocaat
  3. Een ingebrekestelling van een advocaat stuit onder bepaalde voorwaarden de verjaring. Dit is niet zo bij een brief van een incassobureau
  4. Enkel een advocaat kan een factuur via gerechtelijke weg invorderen. Een incassobureau dient dan ook op een advocaat beroep te doen indien er geen betaling volgt
  5. Een advocaat heeft toegang tot het bevolkingsregister en kan het huidige adres van uw schuldenaar opsporen. Een advocaat kan ook een solvabiliteitsonderzoek doen
  6. De schuldenaar betaalt steeds op de derdenrekening van een advocaat. Deze rekening staat onder controle van de Orde van Advocaten.

Een advocaat kan dan ook verder gaan dan een incassobureau en zorgt voor een hoger slagingspercentage.


Wat kost de incasso van facturen?

Wij bieden buitengewoon scherpe tarieven aan voor de incasso van uw facturen:

  1. Invordering via niet-gerechtelijke weg

    U betaalt ons 25 euro (excl. btw)

    Slagen wij er niet in om betaling van uw facturen te ontvangen, dan betaalt u enkel deze 25 euro

    Slagen wij er wel in om betaling van uw facturen te ontvangen, dan behouden wij aanvullend op deze 25 euro de interesten en het schadebeding (excl. btw) en storten de hoofdsom van de factuur naar u door

  2. Invordering via niet gerechtelijke weg

    U betaalt ons 150 euro (excl. btw) én de factuur van de gerechtsdeurwaarder voor de dagvaarding.

    Slagen wij er niet in om enige betaling te ontvangen door insolvabiliteit of faillissement van de schuldenaar, dan betaalt u ons enkel deze 150 euro.

    Slagen wij er wel in om betaling te ontvangen, dan behouden wij de interesten, het schadebeding en de rechtsplegingsvergoeding (excl. btw) en storten de hoofdsom van de factuur en de dagvaardingskost naar u door.

    Indien verweer door uw schuldenaar wordt gevoerd en uw factuur voor de rechter wordt betwist, dan zijn onze standaardtarieven van toepassing.

 

 

Algemeen

De strafrechter heeft de mogelijkheid om binnen de grenzen die de wet hem geeft (via een minimum- en maximumstraf), een straf te concretiseren op basis van alle elementen die eigen zijn aan de zaak die hem wordt voorgelegd.

De strafrechter kan echter bepaalde elementen aantreffen die te maken hebben met de gepleegde feiten of met de dader, die ertoe kunnen leiden dat hij een straf oplegt die lager is dan de wettelijke minimumstraf. Deze elementen noemt men verzachtende omstandigheden.


Wat zijn de gevolgen van de verzachtende omstandigheden bij de vonnisgerechten?

Wanneer de strafrechter verzachtende omstandigheden in aanmerking neemt, dan heeft dit gevolgen voor de straffen.

De gevolgen voor criminele straffen zijn (art. 80 en 81 Sw.):

  • levenslange opsluiting wordt vervangen door een tijdelijke opsluiting of een gevangenisstraf van minstens 30 jaar
  • levenslange hechtenis wordt vervangen door hechtenis van minstens 3 jaar
  • opsluiting van 20 tot 30 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of gevangenisstraf van minstens 3 jaar
  • hechtenis van 20 tot 30 jaar wordt vervangen door een kortere hechtenis of gevangenisstraf van minstens 1 jaar
  • opsluiting of hechtenis van 15 tot 20 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of hechtenis of gevangenisstraf van minstens 1 jaar
  • opsluiting of hechtenis van 10 tot 15 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of hechtenis of gevangenisstraf van minstens 6 maanden
  • opsluiting of hechtenis van 5 tot 10 jaar wordt vervangen door een gevangenisstraf van minstens 1 maand
  • Geldboetes kunnen verminderd worden tot minstens 26 euro

De gevolgen voor correctionele straffen zijn (art. 85 Sw.):

  • gevangenisstraffen kunnen verlaagd worden tot minstens 8 dagen
  • geldboetes kunnen verminderd worden tot minstens 26 euro
  • werkstraffen kunnen verminderd worden tot minstens 45 uren
  • Als er enkel een gevangenisstraf door de wet voorzien is, dan kan dit worden vervangen door een geldboete van maximaal 500 euro

Bij overtredingen (zoals de wegverkeerswet) kunnen er geen verzachtende omstandigheden worden aangenomen (tenzij de wet dit uitdrukkelijk bepaalt).


Wat zijn de gevolgen van verzachtende omstandigheden bij de onderzoeksgerechten?

Niet alleen de vonnisgerechten kunnen verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen. Ook de onderzoeksgerechten en het Openbaar Ministerie kunnen verzachtende omstandigheden toepassen bij het doorverwijzen of dagvaarden van beklaagden voor de vonnisgerechten.

Wanneer een onderzoeksgerecht na een gerechtelijk onderzoek moet beslissen om een verdachte naar een vonnisgerecht te verwijzen, dan kan zij verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen. Dit heeft tot gevolg dat zij de verdachte naar een lager vonnisgerecht kunnen sturen dan op basis van de straf die op het misdrijf is gesteld. Heeft er geen gerechtelijk onderzoek plaatsgevonden, dan kan het Openbaar Ministerie bij een rechtstreekse dagvaarding voor een vonnisgerecht ook rekening houden met verzachtende omstandigheden en dagvaarden voor een lager vonnisgerecht dan op basis van de straf die op het misdrijf is gesteld. Deze regeling is terug te vinden in de wet van 4 oktober 1867.

Deze denaturatie regeling (contraventionalisering van wanbedrijven of correctionalisering van misdaden) is wel aan een aantal voorwaarden onderworpen:

- Zo kan de correctionele rechtbank een misdaad pas behandelen (correctionalisering van misdaden) indien er een grond is om alleen een correctionele straf uit te spreken wegens verzachtende omstandigheden. Bovendien moet het gaan om een misdaad waarvan de wettelijk voorziene straf niet meer bedraagt dan 20 jaar opsluiting, om een poging tot een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of om een misdaad zoals opgesomd in art. 3° tot en met 14 van de wet van 4 oktober 1867 (zoals valse getuigenis en meineed en ontvoering van minderjarigen met de dood tot gevolg).

Enkel als het Openbaar Ministerie een verdachte rechtstreeks dagvaardt voor een misdaad voor de correctionele rechtbank, kan deze zich onbevoegd verklaren. Na een verwijzing door de onderzoeksgerechten kan de correctionele rechtbank zich echter niet onbevoegd verklaren.

- Wanbedrijven kunnen behandeld worden door de politierechtbank indien het onderzoeksgerecht of het Openbaar Ministerie oordeelt dat omwille van verzachtende omstandigheden een politiestraf volstaat. Opnieuw kan de politierechtbank zich enkel onbevoegd verklaren in het geval van een rechtstreekse dagvaarding door het Openbaar Ministerie, en dus niet na een doorverwijzing door een onderzoeksgerecht.

Wanneer een vonnisgerecht, na een correctionalisering of contraventionalisering, kennis neemt van een misdrijf, kan het uiteraard geen tweede keer verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen om de straf te verminderen. De rechter dient de hierboven beschreven regeling van verminderde straffen toe te passen met die beperking dat hij enkel correctionele straffen kan uitspreken.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

Strafverminderende verschoningsgronden dienen onderscheiden te worden van strafuitsluitende verschoningsgronden.

Strafverminderende verschoningsgronden zijn uitdrukkelijk door de wet vastgelegd en leiden tot een vermindering van de straf. Deze gronden draaien rond omstandigheden die gelinkt zijn aan de persoon van de dader en die voor bepaalde misdrijven van toepassing zijn.

In tegenstelling tot verzachtende omstandigheden, heeft de strafrechter weinig ruimte om te bepalen of een bepaalde omstandigheid tot strafvermindering leidt of niet. Vanzodra de rechter vaststelt dat er een strafverminderende verschoningsgrond aanwezig is, dient de rechter de gevolgen ervan toe te passen zoals de strafwet dit voorschrijft.

Er zijn twee strafverminderende verschoningsgronden: de uitlokking en de aangifte van een misdrijf aan de overheid.


Uitlokking

Er is sprake van uitlokking wanneer de dader een misdrijf pleegt doordat hij zijn emoties en driftes niet heeft kunnen bedwingen. Hij dient minder zwaar te worden bestraft omdat de omstandigheden waarin het misdrijf zijn gepleegd van die aard zijn om enig begrip te brengen voor deze emoties en driften. 

(Uitlokking mag niet verward worden met het uitlokken van een misdrijf door overheidsagenten belast met opsporingstaken, hetgeen absoluut verboden is en de onontvankelijkheid van de strafvordering zelfs tot gevolg heeft.)

Uitlokking kan enkel toegepast worden in de gevallen waarin de strafwet dit uitdrukkelijk voorziet:

  • Bij doodslag, verwondingen of slagen die onmiddellijk uitgelokt zijn door zware gewelddaden tegen personen (art. 411 Sw.). 

    Ten eerste moet er met gewelddaden gedreigd worden. In principe gaat het om fysiek geweld, alhoewel in bepaalde gevallen ook moreel geweld in aanmerking kan genomen worden. Het betreft onrechtmatig dreigen (voorbeeld van rechtmatig geweld is geweld dat uitgaat van de politiediensten).

    Er moet ook sprake zijn van voldoende ernstig geweld. Dit is uiteraard een zeer subjectieve voorwaarde en zal afhankelijk zijn van de perceptie van de bedreigde persoon.

    Het moet daarenboven om gewelddaden gaan die tegen de persoon gericht zijn. Geweld tegen dieren of goederen komt dus niet in aanmerking.

    De reactie op deze gewelddaden moet tot slot onmiddellijk zijn, en niet na verloop van tijd.
  • Bij doodslag, verwondingen of slagen gepleegd door iemand die zelf het slachtoffer is van een misdrijf en dit probeert af te weren.

    Het gaat hierbij om iemand die overdag het slachtoffer dreigt te worden van de beklimming of braak van afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of aanhorigheden ervan en zich hiertegen verzet. Deze verschoningsgrond kan dan weer niet toegepast worden wanneer blijkt dat de dader niet kon geloven in een aanranding van personen als rechtstreeks doel van de beklimming of de braak (art. 422 Sw.)

    (Diezelfde situatie, maar dan bij nacht, is een rechtvaardigingsgrond waardoor de gepleegde feiten geen misdrijf meer uitmaken)

    Uitlokking veronderstelt dat er inbreker geweld zal gebruiken. Blijkt dit niet het geval, dan is er geen reden voor de verschoningsgrond

Beide verschoningsgronden zorgen voor een strafvermindering:

  • een misdaad waarop een straf staat van levenslange opsluiting of 20 tot 30 jaar opsluiting, wordt nog maar bestraft met een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar en een geldboete van 100 tot 500 euro
  • een ander misdaad wordt nog maar bestraft met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 50 tot 200 euro
  • een wanbedrijf wordt nog maar bestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en een geldboete van 26 tot 100 euro


Aangifte van een misdrijf bij de overheid

Er is een strafvermindering voor personen die vóór vervolging aan de overheid de identiteit van de daders van inbreuken of inbreuken op zich bekend maken (art. 6 tweede en derde lid van de wet van 4 februari 1921, de zogenaamde Drugswet).

Hetzelfde principe geldt voor personen die in het kader van de Hormonenwet aangifte doen van een misdrijf.

Algemeen

In de strafwet wordt voor elk misdrijf een straf voorzien. Dit houdt in dat de strafrechter zich hier aan moet houden en geen andere straf mag uitspreken voor de misdrijven die hij vaststelt dan wettelijk voorzien. Dit principe wordt ook wel samengevat in het adagium nulla poena sine lege.

De strafwet bepaalt echter de straf in abstracto. De strafrechter kan die straf van geval tot geval concretiseren. Zo kan een straf het voorwerp uitmaken van verzwaring of verzachting. In een aantal gevallen is de strafrechter verplicht om een strafverzwarende of strafverzachtende omstandigheid toepassen. In andere gevallen is dit facultatief en heeft de strafrechter dus meer vrijheid.

De strafwet voorziet bovendien ook een minimum- en een maximumstraf, waartussen de strafrechter kan manoeuvreren. De strafrechter kan dan ook rekening houden met bepaalde elementen die te maken hebben met de verdachte of met de gepleegde feiten. De strafrechter dient wel de uiteindelijke straf in zijn beslissing duidelijk te motiveren (art. 149 GW.).


Omstandigheden die de straf kunnen verminderen

Een onderscheid dient hierbij te worden gemaakt tussen:

 

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.