Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Scholingsbeding
facebook facebook
  • Register

Heeft u een conflict met uw werkgever of werknemer omtrent de toepassing van een scholingsbeding? Wenst u een model of voorbeeld van een scholingsbeding? Raadpleeg een advocaat en aarzel niet om ons te contacteren. Ons kantoor heeft advocaten gespecialiseerd in arbeidsrecht.


Wat is de definitie van een scholingsbeding?

Het scholingsbeding is een clausule in de arbeidsovereenkomst waarbij een werknemer er zich toe verbindt om de kosten voor vorming die zijn werkgever voor hem betaald heeft gedurende de periode van de arbeidsovereenkomst, gedeeltelijk terug te betalen, indien hij voor het einde van de arbeidsovereenkomst zelf ontslag neemt of ontslagen wordt wegens dringende redenen.


Wanneer is een scholingsbeding geldig?

Een scholingsbeding is enkel geldig mits de volgende voorwaarden:

  • Het is schriftelijk en afzonderlijk vastgesteld, ten laatste op het ogenblik van de vorming.
  • De werknemer is tewerkgesteld onder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur
  • De werknemer heeft een jaarloon van meer dan 32.886 euro (loonsgrens).


Wat zijn de verplichte vermeldingen?

Het geschreven scholingsbeding moet de volgende vermeldingen bevatten:

  • Een omschrijving van de vorming, de duurtijd ervan en de plaats waar de vorming plaatsvindt
  • De kostprijs van de vorming of elementen die toelaten om de kost te ramen
  • De begindatum en de duurtijd van het scholingsbeding. Als voor de vorming een getuigschrift aan de werknemer wordt afgeleverd, dan valt de begindatum van het scholingsbeding samen met de datum waarop het getuigschrift wordt afgeleverd
  • Het bedrag dat de werknemer dient terug te betalen als hij de onderneming verlaat vóór het einde van de duurtijd van het scholingsbeding


Is het door de werknemer terug te betalen bedrag begrensd?

Het bedrag dat de werknemer dient terug te betalen indien het scholingsbeding niet wordt nageleefd is:

  • 80% van de opleidingskost indien hij vertrekt vóór 1/3 van de periode van het scholingsbeding
  • 50% van de opleidingskost indien hij vertrekt tussen 1/3 en 2/3 van de periode van het scholingsbeding
  • 20% van de opleidingskost indien hij vertrekt na 2/3 van de periode van het scholingsbeding

Het bedrag dat de werknemer dient terug te betalen mag in ieder geval nooit meer bedragen dan 30% van zijn jaarlijks loon.


Is de duurtijd van het scholingsbeding beperkt?

De duurtijd van het scholingsbeding moet steeds in verhouding staan tot de kostprijs en de duur van de vorming. De duurtijd van het scholingsbeding mag nooit langer zijn dan 3 jaar.


Zijn er gevallen waarin het scholingsbeding geen uitwerking krijgt?

Het scholingsbeding krijgt geen uitwerking (nietig):

  • Wanneer de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling
  • Wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd zonder dringende reden
  • Wanneer de arbeidsovereenkomst door de werknemer wordt beëindigd wegens dringende reden
  • Wanneer de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in het kader van een herstructurering zoals bedoeld in de wet betreffende het generatiepact


Zijn er gevallen waarin het scholingsbeding als onbestaande wordt beschouwd?

Het scholingsbeding wordt als onbestaande beschouwd:

  • Als de werknemer tewerkgesteld is door een arbeidsovereenkomst met bepaalde duur
  • Als het jaarloon van de werknemer minder dan 32.886 euro bedraagt
  • Als de vorming wettelijk of reglementair verplicht is voor de werknemer om zijn beroep te kunnen uitoefenen
  • Als de duurtijd van de vorming minder dan 80 uur bedraagt
  • Als de kost van de vorming niet méér bedraagt dan het dubbele van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen

De sectoren hebben overigens de mogelijkheid om bepaalde categorieën van werknemers en/of vorming uit te sluiten van de toepassing van het scholingsbeding.


Wetgeving

Artikel 22bis Arbeidsovereenkomstenwet

Art. 22bis.<Ingevoegd bij W 2006-12-27/32, art. 179; Inwerkingtreding :
07-01-2007> § 1. Onder scholingsbeding wordt verstaan het beding waarbij
de werknemer, die gedurende de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een
vorming volgt op kosten van de werkgever, zich ertoe verbindt om aan deze
laatste een gedeelte van de vormingskosten terug te betalen ingeval hij de
onderneming verlaat voor het einde van de overeengekomen periode.
  Bij
collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het bevoegde paritair comité en
algemeen verbindend verklaard door de Koning kunnen bepaalde categorieën van
werknemers en/of vormingen worden uitgesloten van de toepassing van het
scholingsbeding.
  § 2. Op straffe van nietigheid moet het beding
schriftelijk worden vastgesteld, voor elke werknemer afzonderlijk ten laatste op
het moment waarop de door het betrokken beding beoogde vorming een aanvang
neemt.
  Het kan enkel worden bepaald in het kader van een
arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde duur.
  § 3. Het geschrift moet
het volgende bevatten :
  1° een omschrijving van de overeengekomen vorming,
de duur van de vorming en de plaats waar de vorming zal doorgaan;
  2° de
kost van deze vorming of in het geval waarin de kost niet kan worden bepaald in
zijn geheel, de kostenelementen die toelaten om de waarde te schatten van de
vorming; de vergoeding verschuldigd aan de werknemer in het kader van de
uitvoering van de arbeidsovereenkomst evenals verplaatsings- of verblijfskosten
kunnen geen onderdeel vormen van de vormingskost;
  3° de begindatum en de
geldingsduur van het scholingsbeding vastgesteld overeenkomstig paragraaf 5.
Indien de vorming aanleiding geeft tot het afleveren van een attest, valt de
begindatum van de gelding van het scholingsbeding samen met de aflevering
daarvan;
  4° het terug te betalen bedrag van een gedeelte van de
scholingskosten dat ten laste is genomen door de werkgever met betrekking tot
dewelke de werknemer zich ertoe verbindt deze te betalen na afloop van de
vorming, dit bedrag wordt op degressieve wijze uitgedrukt in functie van de
geldingsduur van het scholingsbeding; dit bedrag mag niet hoger liggen dan de
grenzen vastgesteld door paragraaf 5.
  De Koning kan, op voorstel van het
bevoegde paritair orgaan, voormelde bepalingen wijzigen of vervolledigen.
  §
4. Het scholingsbeding wordt geacht onbestaande te zijn :
  - wanneer het
jaarloon 16 100 euro niet overschrijdt;
  - wanneer het niet gaat om een
specifieke vorming die toelaat om nieuwe professionele competenties te verwerven
die desgevallend ook buiten de onderneming kunnen gevaloriseerd worden;
  -
wanneer de aan de werknemer gegeven vorming voortvloeit uit een wettelijke of
reglementaire bepaling om het beroep waarvoor de werknemer werd aangeworven uit
te oefenen of de vorming geen duur van 80 uren bereikt of een waarde gelijk aan
het dubbel van het gemiddeld minimum maandinkomen, zoals vastgesteld, voor de
werknemers van 21 jaar of meer, zoals vastgesteld, voor de werknemers van 21
jaar of meer, bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten door de Nationale
Arbeidsraad.
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering
gebracht op 28.580 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding :
01-01-2008>>)
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij
indexering gebracht op 29.729 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding :
01-01-2009>)
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering
gebracht op 30.327 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding :
01-01-2010>)
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering
gebracht op 30.535 EUR )<VARIA 2010-11-12/14, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 31.467
EUR <VARIA 2011-11-22/01, art. M, 075; Inwerkingtreding :
01-01-2012>)
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering
gebracht op 32.254 EUR <VARIA 2012-10-23/04, art. M; Inwerkingtreding :
01-01-2013>)
  (NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering
gebracht op 32.886 EUR <VARIA 2013-10-25/01, art. M; Inwerkingtreding :
01-01-2014>)
  § 5. De geldingsduur van het scholingsbeding mag niet meer
dan drie jaar bedragen en moet worden vastgesteld rekening houdend met de kost
en de duur van de vorming.
  Het bedrag van terugbetaling verschuldigd door
de werknemer ingeval de duur overeengekomen in het scholingsbeding niet wordt
gerespecteerd mag niet meer bedragen dan :
  - 80 % van de vormingskost
ingeval van vertrek van de werknemer voor 1/3 van de overeengekomen
periode;
  - 50 % van de vormingskost ingeval van vertrek van de werknemer
tussen 1/3 en uiterlijk 2/3 van de overeengekomen periode;
  - 20 % van de
vormingskost ingeval van vertrek van de werknemer na 2/3 van de overeengekomen
periode.
  In elk geval mag dit bedrag nooit meer dan 30 % van het jaarlijks
loon van de werknemer bedragen.
  § 6. Het scholingsbeding heeft geen
uitwerking wanneer een einde wordt gesteld aan de overeenkomst, hetzij
[1 gedurende de eerste
zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst]1, hetzij na deze
periode door de werkgever zonder dringende reden, of door de werknemer omwille
van een dringende reden.
  Het scholingsbeding heeft geen uitwerking wanneer
de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in het kader van een herstructurering
zoals bedoeld door de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en
zijn uitvoeringsbesluiten.
  § 7. De werknemer blijft de bezitter van zijn
diploma's of certificaten en moet beschikken over het origineel of een door de
opleidingsinstantie gewaarmerkt afschrift of het scholingsbeding al dan niet
uitwerking heeft.

(1)<W 2013-12-26/08, art. 13, 080; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.