Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Arbeidsongevallen
facebook facebook
  • Register

ARBEIDSONGEVAL

a) definitie

Een arbeidsongeval is elk ongeval dat een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt. Het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de overeenkomst wordt, behoudens tegenbewijs, geacht als overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst. Daarnaast wordt eveneens als arbeidsongeval aangezien, het ongeval dat een werknemer buiten de uitoefening van zijn overeenkomst is overkomen maar dat veroorzaakt is door een derde wegens de uitvoering van de overeenkomst.

b) wanneer is er sprake van een arbeidsongeval

Er is sprake van een arbeidsongeval als de volgende elementen aanwezig zijn:

  • het ongeval wordt door een plotselinge gebeurtenis veroorzaakt
  • deze gebeurtenis moet plaatsvinden tijdens de uitvoering van het werk
  • deze gebeurtenis moet plaatsvinden door de uitvoering van het werk
  • er moet sprake zijn van lichamelijk letsel
  • er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen het ongeval en het letsel

Van zodra het slachtoffer (of zijn rechthebbenden) bewijst dat er een plotselinge gebeurtenis heeft plaatsgevonden waardoor letsel is veroorzaakt ontstaat een dubbel (weerlegbaar) vermoeden in het voordeel van het slachtoffer dat:

  • het letsel veroorzaakt is door het ongeval
  • het ongeval door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst veroorzaakt is

b.1   plotselinge gebeurtenis

Een plotselinge gebeurtenis kan zijn:

  • een bepaalde handeling, zoals het laden of lossen van voertuigen, het hanteren van een werktuig,...
  • een bepaalde beweging, zoals grijpen, heffen, vallen, ...
  • een bepaald geval, zoals een slag...
  • een ontploffing...

Indien uitsluitend de slechte fysieke conditie van het slachtoffer het letsel veroorzaakt heeft, dan is er geen sprake van een arbeidsongeval

Als arbeidsongeval kan gedacht worden aan:

  • een verpleegster die een spierscheur krijgt door het opheffen van een zware patint (dit is zware arbeid)
  • het krijgen van een discushernia door een verkeerde draaibeweging bij het uitstappen uit een voertuig

Er zal geen sprake van een arbeidsongeval zijn bij:

  • het omslaan van de voet bij het stappen (dit is een banale gebeurtenis)
  • het krijgen van rugpijn door het opheffen van twee normaal gevulde vuilniszakken (dit is een banale gebeurtenis)

b.2 tijdens en door het werk

Het ongeval moet plaatsvinden tijdens en door het uitvoeren van een arbeidsovereenkomst. Er is sprake van een (weerlegbaar) vermoeden dat een ongeval dat een werknemer overkomt tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst geacht wordt door de uitvoering ervan overkomen te zijn. Hiervoor is het noodzakelijk dat de werknemer de arbeid verrichte onder gezag van de werkgever. Het is voldoende dat gezag mogelijk is (ook al gebeurde dit niet daadwerkelijk en/of bestendig).

Als arbeidsongeval kan gedacht worden aan:

  • een werknemer die tijdens de middag inkopen ging doen in een buurtwinkel wordt op de terugkeer aangereden
  • een werknemer die tijdens de middag een wandeling maakt wordt aangereden

Er zal geen sprake van een arbeidsongeval zijn:

  • een leraar die thuis een ongeval heeft met een boormachine toen hij een kast aan het monteren was voor een collega (er is geen gezag van de werkgever)
  • een werknemer verlaat zonder toestemming van de werkgever de werkplaats om een brief te posten en wordt aangereden

c.3 letsel

Er is sprake van lichamelijk letsel indien er wonden of breuken kunnen aangetoond worden. Ook mentale letsels zoals een depressie of zenuwinzinking komen in aanmerking. Ook schade aan prothesen komt tot slot in aanmerking.

Materiële en morele schade worden niet door de wet vergoed.

c.4 oorzakelijk verband

Er dient een oorzakelijk verband te bestaan tussen ongeval en letsel. Indien het bewijs wordt geleverd van het letsel en de plotselinge gebeurtenis, dan ontstaat een wettelijk vermoeden dat het letsel is veroorzaakt door het ongeval. Het zal dan aan de verzekeraar zijn om eventueel het tegenbewijs te leveren dat het letsel niet het rechtstreeks gevolg is van het ongeval (maar bvb. uitsluitend te wijten is aan de inwendige lichamelijke toestand van het slachtoffer - denk aan een epilepsieaanval)

c) lichte arbeidsongevallen

Er is sprake van een licht arbeidsongeval wanneer er geen verlies van loon of arbeidsongeschiktheid ontstaat en er geen tussenkomst van een dokter nodig is (en enkel zorg die pas na het ongeval wordt toegediend op de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst).

Dergelijke lichte arbeidsongevallen moet niet aan de arbeidsongevallenverzekeraar worden aangegeven. Enkel indien de gevolgen van het ongeval nadien erger worden dient een aangifte worden gedaan. Wel dienen lichte arbeidsongevallen geregistreerd te worden in het EHBO-register en in het jaarverslag van de interne preventiedienst.


ARBEIDSWEGONGEVAL

a) definitie

Een ongeval dat plaatsvindt op weg naar en van het werk is een arbeidswegongeval.

b) wanneer is er sprake van een arbeidswegongeval?

Er is sprake van een arbeidswegongeval als de volgende elementen aanwezig zijn:

  • het ongeval wordt door een plotselinge gebeurtenis veroorzaakt
  • er moet sprake zijn van lichamelijk letsel
  • Het letsel moet door de plotselinge gebeurtenis veroorzaakt zijn
  • het ongeval moet zich op de arbeidsweg hebben voorgedaan

Een werknemer die meent slachtoffer te zijn van een arbeidswegongeval, zal het bestaan van bovenstaande elementen moeten aantonen

c) wat is de arbeidsweg?

c.1 normaal traject

De weg van en naar het werk is het normale traject dat een werknemer aflegt om zich te verplaatsen van zijn verblijfplaats naar zijn werkplaats, en omgekeerd.

Dit normaal traject dient niet noodzakelijk de kortste weg te zijn. Het is immers goed mogelijk dat een andere weg gevolgd wordt om bepaalde redenen (zoals wegenwerken of file aankondiging).

Ook blijft er sprake van een normaal traject wanneer de werknemer omwegen of onderbrekingen maakt die evenwel nodig zijn en redelijkerwijze te verantwoorden, bijvoorbeeld:

  • langs de kinderopvang of school te rijden om de kinderen te brengen (of af te halen)
  • in het kader van carpooling langs de verschillende woon- of werkplaatsen te rijden
  • na het werk langs de huisarts te rijden om een voorschrift op te halen
  • na het werk 750 meter omrijden om een brood uit een broodautomaat te halen
  • na enkele uren overwerk even iets in een café dicht bij het werk dringen en dan verder rijden.

c.2 trajecten die gelijkgesteld worden met de weg naar en van het werk

De wet stelt bepaalde trajecten gelijk aan de weg naar en van het werk, zoals:

  • het traject van de plaats waar een werknemer werkt naar de plaats waar hij een beroepsopleiding volgt en van die plaats naar zijn verblijfplaats
  • het traject van de plaats waar een werknemer werkt naar de plaats waar hij een maaltijd nuttigt of aanschaft, en omgekeerd

c.3 verblijfplaats en plaats van het werk

-De verblijfplaats van een werknemer kan zijn woonplaats zijn, doch dit is niet noodzakelijk. Het is de plaats waar hij minstens tijdelijk verblijft of woont (bvb een verblijf in het ziekenhuis bij de zwaar zieke partner of een verblijf gedurende de zomervakantie in een vakantiewoning aan de zee). Ook de arbeidsweg van en naar een tweede verblijfplaats kan met de normale weg gelijkgesteld worden.

Het arbeidstraject begint zodra de werknemer de drempel van zijn verblijfplaats verlaat en eindigt zodra hij deze drempel weer overschrijdt.

- De plaats waar de werknemer werkt is de plaats waar hij zijn arbeid verricht en meer algemeen de plaats waar hij onder het gezag van zijn werkgever staat. Dit kan zijn : een bedrijfshal of kantoor, de parking van het werk, de kleedkamer, het bedrijfsrestaurant etc.

De werknemer wordt geacht zich eveneens te bevinden op de plaats waar hij werkt wanneer hij onder meer:

  • een vergadering bijwoont van het veiligheidscomité of de ondernemingsraad
  • met de uitdrukkelijke of stilzwijgende toelating van zijn werkgever (zelfs buiten de arbeidsuren) als vakbondsafgevaardigde of vertegenwoordiger van de werknemers optreedt


VERZEKERING

De werkgever is verplicht een arbeidsongevallenverzekering te sluiten bij een verzekeringsinstelling die toegelaten is tot de arbeidsongevallenverzekering, en voldoet aan alle wettelijke bepalingen.

De werkgever is verplicht om ieder ongeval aan te geven bij zijn verzekeraar, dat aanleiding kan geven tot de toepassing van de arbeidsongevallenwet.

Ook de getroffen werknemer (of zijn rechthebbende) kan deze aangifte doen. Indien zij niet weten bij welke arbeidsongevallenverzekeraar de werkgever is aangesloten, kunnen zij bij het Fonds voor Arbeidsongevallen een aangifte doen (samen met een medisch attest en bewijselementen van het ongeval).

De aangifte moet binnen de 8 dagen gebeuren die volgt op de dag van het ongeval. Deze aangifte gebeurt met een formulier dat door het Fonds voor Arbeidsongevallen wordt ter beschikking gesteld, dan wel elektronisch via het portaal www.sociale-zekerheid.be.

Deze termijn van 8 dagen is enkel een verplichting voor de werkgever (en heeft dus geen enkel gevolg voor de werknemer). Overigens is het verstrijken van deze termijn geen reden voor de werkgever om de aangifte niet meer te doen.


FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

Een werkgever die geen arbeidsongevallenverzekering gesloten heeft, wordt ambtshalve bij het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) aangesloten.

Het FAO controleert de verzekeringsinstellingen en kan een weigeringsbeslissing van een verzekeraar aanvechten voor de arbeidsrechtbank.

Als een werknemer tijdens de niet-verzekerde periode een arbeidsongeval krijgt, zal het FAO de werknemer vergoeden op dezelfde manier als een verzekeringsinstelling dit zou doen. Het Fonds is te beschouwen als een waarborgfonds. Het zal zicht tot de werkgever richten en alle bedragen die het uitbetaald heeft terugvorderen.

Het FAO wordt gefinancierd door de bijdragen die de werkgevers aan de RSZ moeten storten.


VERGOEDING

a) algemeen

Een arbeidsongeval kan aanleiding geven tot betaling van:

  • een vergoeding voor de arbeidsongeschiktheid van de werknemer
  • een vergoeding voor de medische kosten
  • een vergoeding voor overlijden wegens dat arbeidsongeval

Voor onbezoldigde stagiairs voorziet de wet geen vergoeding voor arbeidsongevallen van en naar het werk en evenmin voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid

b) basisloon en gemiddeld dagloon

De vergoeding die een arbeidsongevallenverzekeraar betaalt gebeurt op basis van het basisloon. Dat is het loon van het kalenderjaar dat aan de dag van het arbeidsongeval vooraf gaat.

Voor de berekening van dit basisloon wordt het brutoloon beperkt tot 40.928,18 euro. De vergoedingen mogen bovendien niet berekend worden op een jaarloon dat lager is dan 6.439,20 euro. Dit geldt voor leerlingen en minderjarige werknemers.

Het gemiddeld dagloon is het basisloon gedeeld door 365.

De werkgever kan een aanvullende verzekering sluiten waardoor het deel van het loon boven het wettelijk plafond eveneens gedekt is. Dat is voor werknemers met een hoog loon een belangrijk extralegaal voordeel. In dat geval zal de werkgever tevens een hogere terugbetaling krijgen van het gewaarborgd loon dat hij betaald heeft aan de werknemer.

c) vergoeding voor overlijden wegens een arbeidsongeval

Als de werknemer door een arbeidsongeval overlijdt zal de arbeidsongevallenverzekeraar betalen:

  • een vergoeding voor de begrafeniskosten
  • een tijdelijke rente of lijfrente aan de rechthebbenden

c.1 vergoeding voor de begrafeniskosten

De vergoeding die de verzekeraar betaalt is gelijk aan 30 maal het gemiddeld dagloon. Deze vergoeding mag wel niet lager zijn dan het bedrag dat is voorzien door de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Ook de kosten van overbrenging van het stoffelijk overschot van de werknemer naar de plaats waar de familie de werknemer wenst te bedragen wordt door de verzekeraar betaald. Alle formaliteiten hiervoor dient de verzekeraar in orde te brengen.

c.2 jaarlijkse rente

Bepaalde rechthebbenden hebben recht op een rente:

  1. echtgenoot of wettelijk samenwonende partner

    Een jaarlijkse rente gelijk aan 30% van het basisloon van de overledene wordt toegekend aan:
    - de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner op het tijdstip van het ongeval
    - de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner op het tijdstip van het overlijden op voorwaarde dat (i) het huwelijk of de gesloten wettelijke samenwoonst gesloten na het arbeidsongeval minstens één jaar vóór het overlijden van de werknemer plaatsvond; of (ii) uit het huwelijk of de wettelijke samenwoonst een kind geboren is; of (iii) op het ogenblik van het overlijden een kind ten laste is waarvoor de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner kinderbijslag ontving

    De rente mag niet meer bedragen dan het onderhoudsgeld.

  2. kinderen

    Kinderen krijgen een rente indien zij:
    - wees zijn van vader en/of moeder
    - de kinderen zijn van de echtgenoot of van de wettelijk samenwonende partner van de overleden werknemer en wees zijn van vader en/of moeder
    - geadopteerd zijn

    Deze kinderen krijgen een rente zolang zij gerechtigd zijn om kinderbijslag te ontvangen en in ieder geval tot de leeftijd van 18 jaar.

  3. bloedverwanten in opgaande lijn

    De ouders van de overleden werknemer hebben recht op een rente als de werknemer geen kinderen nalaat. Grootouders hebben recht op een vergoeding indien de overleden werknemer geen kinderen en ouders nalaat. De adoptanten hebben dezelfde rechten als de ouders van de overleden werknemer.


    De bloedverwanten in opgaande lijn hebben recht op een rente tot op het ogenblik dat de overleden werknemer de leeftijd van 25 jaar zou hebben bereikt, tenzij zij bewijzen dat de overledene voor hen de belangrijkste kostwinnaar was.

  4. kleinkinderen

    De kleinkinderen van de overleden werknemer hebben recht op een rente als de werknemer geen kinderen nalaat. Als de werknemer wél kinderen nalaat en kleinkinderen van een vooroverleden kind, hebben die kleinkinderen recht op een rente per staak.

    De kleinkinderen ontvangen een rente zolang zij gerechtigd zijn om kinderbijslag te ontvangen en in ieder geval tot de leeftijd van 18 jaar.

  5. broers en zussen

    Broers en zussen van de overleden werknemer die geen andere rechthebbenden nalaat ontvangen elk een rente zolang zij gerechtigd zijn om kinderbijslag te ontvangen en in ieder geval tot de leeftijd van 18 jaar.

 De rente is verschuldigd vanaf de dag van overlijden van de overleden werknemer.

d) vergoeding voor arbeidsongeschiktheid

 Een werknemer die niet in staat is om te werken wegens een arbeidsongeval, heeft recht op een vervangingsinkomen. Deze vergoeding varieert naargelang het om een tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid gaat.

d.1 Vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid

- Tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid

Als het ongeval een tijdelijke en volledige arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft, dan heeft het slachtoffer voor elke dag arbeidsongeschiktheid recht op een vergoeding gelijk aan 90% van het gemiddeld dagloon (ook op weekenddagen).

In de praktijk zal het zo zijn dat de werknemer tijdens de eerste 30 dagen van zijn arbeidsongeschiktheid zijn normaal loon zal verder krijgen van zijn werkgever (op grond van de arbeidsovereenkomstenwet en CAO nr. 12bis). Na deze periode van 30 dagen betaalt de arbeidsongevallenverzekeraar aan de werknemer per dag 90% van het gemiddeld dagloon.

- Tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid

Als er slechts sprake is van een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, kan de arbeidsongevallenverzekeraar aan de werkgever vragen om te onderzoeken of wedertewerkstelling mogelijk is (ofwel in hetzelfde beroep, ofwel tijdelijk in een passend beroep).

Als het slachtoffer deze wedertewerkstelling aanvaardt, dan heeft hij recht op een vergoeding die overeenkomt met het verschil tussen zijn loon dat hij verdiende voor het ongeval en het loon dat hij ten gevolge van deze wedertewerkstelling ontvangt.

Weigert het slachtoffer om een geldige reden (zoals ziekte) de wedertewerkstelling of zet hij deze stop, dan heeft hij recht op een vergoeding voor tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid.

d.2 Vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid

Een blijvende arbeidsongeschiktheid zorgt er voor dat de letsels van het arbeidsongeval een beperking betekenen voor het slachtoffer in het economische leven. Is deze arbeidsongeschiktheid blijvend, dan zal de werknemer een jaarlijkse vergoeding ontvangen van 100% berekend op het basisloon en de graad van ongeschiktheid vanaf de dag waarop de ongeschiktheid een bestendig karakter vertoont. Dit vertrekpunt wordt onderling tussen partijen overeengekomen dan wel door de rechtbank opgelegd.

Heeft het slachtoffer geregeld hulp nodig van derden, dan kan hij aanspraak maken op een bijkomende jaarlijkse vergoeding die wordt vastgelegd in functie van de noodzakelijkheid van deze hulp. Dit bedrag mag in ieder geval niet meer zijn dan het bedrag van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon vermenigvuldigd met 12.


SCHADELOOSSTELLINGEN

a) geneeskundige kosten

Alle geneeskundige, farmaceutische, heelkundige en verpleegkosten die noodzakelijk zijn, alsook de kosten voor prothesen en orthopedische toestellen worden vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar.

Het slachtoffer kan in principe vrijelijk de zorgverlener kiezen.

Deze kosten worden op basis van het tarief van de ziekte- en invaliditeitsverzekering terugbetaald.

b) verplaatsingskosten

Het slachtoffer (maar ook zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, de kinderen en de ouders) hebben recht op vergoeding van de verplaatsingskosten en overnachting die voortvloeien uit het ongeval.


CONSOLIDATIE

De consolidatie is de vaststelling door de geneesheer van de arbeidsongevallenverzekeraar dat de toestand van het slachtoffer vanaf een bepaalde datum (de consolidatiedatum) op medisch vlak niet meer zal veranderen. Er wordt dan ook een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid bepaald in overeenstemming met de uiteindelijke ongeschiktheid van het slachtoffer.

De uitkering voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt vanaf deze consolidatiedatum vervangen door een geïndexeerde jaarvergoeding die rekening houdt met het basisloon en de graad van arbeidsongeschiktheid.


BEKRACHTIGING

De graad van arbeidsongeschiktheid en het bedrag van de jaarvergoeding worden overeengekomen tussen de verzekeraar en het slachtoffer. Dit akkoord moet vervolgens worden bekrachtigd door het Fonds voor Arbeidsongevallen binnen een verjaringstermijn van 3 maanden. Kan er tussen partijen geen akkoord worden bereikt, of weigert het Fonds het akkoord te bekrachtigen, dan zal de arbeidsrechtbank finaal oordelen.

Nadat het Fonds het akkoord bekrachtigd heeft (of na het vonnis van de arbeidsrechtbank) krijgt de vergoeding die de verzekeraar moet betalen een definitief karakter. De kosten voor verdere medische behandeling blijven eveneens ten laste van de verzekeraar.


HERZIENING

Binnen een verjaringstermijn van 3 jaar nadat het Fonds het akkoord bekrachtigd heeft (of na het vonnis van de arbeidsrechtbank), kan door één van de partijen een herziening van de graad van arbeidsongeschiktheid aangevraagd worden. Bij vermeerdering van de ongeschiktheid kan het slachtoffer uiteraard een hogere vergoeding verkrijgen.

Na afloop van de herzieningstermijn wordt de graad van arbeidsongeschiktheid definitief en wordt de vergoeding vervangen door een rente die door het Fonds voor Arbeidsongevallen wordt betaald. De arbeidsongevallenverzekeraar betaalt het Fonds daarvoor een kapitaal dat overeenstemt met de uitkering. Deze rente wordt eveneens berekend op het basisloon en volgens de graad can arbeidsongeschiktheid.


VERJARING

De rechtsvordering tot betaling van vergoedingen of tot terugvordering van onverschuldigde vergoedingen verjaart na 3 jaar.

De rechtsvordering tot terugvordering van onverschuldigde vergoedingen die door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen werden bekomen, verjaart na 5 jaar.

 

WETGEVING

De Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971

Deze wet is van toepassing op alle werkgevers en werknemers (behalve op overheidspersoneel waarvoor een specifieke wetgeving van toepassing is).

Deze wet blijft van toepassing, ook al zou de arbeidsovereenkomst nietig of ongeldig zijn (bvb in geval van zwartwerk of tewerkstelling van illegalen)

 

Home

Particulieren

Ondernemingen

Overheden

Het recht

Het gerecht

Over ons

Stel uw vraag

Ons adres:
Bollebergen 2a bus 20
9052 Gent-Zwijnaarde
Contactgegevens:
Tel.: +32 (0)9 334 94 70
Fax: +32 (0)9 334 94 77
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Disclaimer

De informatie beschikbaar op of via deze website is louter van algemene aard en is uitsluitend bedoeld voor algemeen gebruik. De informatie is niet aangepast aan persoonlijke of specifieke omstandigheden, en vormt derhalve geen juridisch advies. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van de website de grootst mogelijke inspanning tot zorgvuldigheid is betracht, is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of anderszins onjuist kan zijn. Er worden dan ook geen garanties geven met betrekking tot de aard of de inhoud van de informatie op de website.

De website geniet auteursrechtelijke bescherming. Uw toegang tot de website en de aldaar ter beschikking gestelde informatie houdt geen enkele overdracht van enige intellectuele eigendomsrechten in. De informatie die u op of via de website ter beschikking wordt gesteld, mag enkel voor uw eigen interne doeleinden worden aangewend. U onthoudt zich ervan deze informatie of bestanden voor enige andere doeleinden te gebruiken, in het bijzonder door deze op commerciële wijze te exploiteren.