Misdrijf

1) Doodslag is het doden met het oogmerk om te doden (art. 393 Sw.)

Doodslag kan ook een verzwarende omstandigheid uitmaken aan een ander misdrijf, zoals diefstal of verkrachting. Dit zal dan worden bestraft als een verzwarende omstandigheid bij die misdrijven (art. 474-475 Sw. of art. 376 Sw.). Er is dan sprake van een andere kwalificatie van het misdrijf.

2) Moord is doodslag met voor bedachte rade (art. 394 Sw.).

Voorbedachtheid is een persoonlijke verzwarende omstandigheid die bestaat uit het weldoordacht voornemen dat men maakt om een handeling te stellen, en in dit geval een persoon te doden.

3) Oudermoord: is doodslag op vader, moeder en andere bloedverwanten in opgaande lijn (art. 395 Sw.).

Ook de adoptanten en de bloedverwanten in opgaande lijn van de adoptanten vallen hieronder (art. 392bis Sw.).

Het feit dat deze doodslag gebeurt op de ouders maakt een verzwarende omstandigheid uit die doodslag moord maakt.

4) Kindermoord is doodslag op een kind bij de geboorte of dadelijk erna (art. 396 Sw.).

Ook hier wordt deze doodslag moord genoemd, maar het maakt geen verzwarende omstandigheid uit.

5) Vergiftiging is doodslag gepleegd door middel van stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen, op welke wijze ze ook aangewend of toegediend werden (art. 397 Sw.).

Vergiftiging maakt een verzwarende omstandigheid uit bij de doodslag.

6) Opzettelijk doden (niet doodslag genoemd) is wanneer men opzettelijke slagen en verwondingen toedient, zonder de bedoeling te doden, maar toch de dood van die persoon veroorzaakt (art. 401 Sw.).

Het is een verzwarende omstandigheid bij het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen.


Straf

Doodslag : Opsluiting van 20 tot 30 jaar

Moord en oudermoord: levenslange opsluiting.

Kindermoord: gestraft als doodslag of moord.

Vergiftiging: gestraft als moord.

Opzettelijk doden: opsluiting van 5 tot 10 jaar (met voorbedachte rade: 10 tot 15 jaar)