Misdrijf

Het is strafbaar om te verzuimen hulp te bieden aan iemand die in groot gevaar riskeert, terwijl hij wel hulp kon bieden zonder zichzelf in gevaar te brengen (art. 422bis Sw.). 


Iemand verkeert in groot gevaar

Het zal aan de strafrechter toekomen om uit te maken of er sprake was van een groot gevaar, hetgeen afhankelijk zal zijn van de concrete feiten. Hierbij moet geen rekening worden gehouden met het feit of het wel mogelijk was om doeltreffende hulp te bieden.

De persoon dient niet in levensgevaar te verkeren. Als iemand lichamelijke integriteit in gevaar is, dan bestaat de plicht om hulp te bieden.

Voorbeeld: op straat wordt een jongen door drie mannen in elkaar geslagen en de voorbijgangers reageren niet.

Deze plicht geldt enkel wanneer een levend persoon in gevaar is. Voor een dier, voor zaken, en zelfs voor een overleden persoon geldt deze plicht tot hulp niet. Is de persoon stervende en is er weinig hoop dat hij blijft leven, blijft de plicht gelden.

Het is onbelangrijk op welke manier de persoon in gevaar gekomen is. Dit kan het geval zijn:

  • door het slachtoffer zelf (bvb. bij een poging tot zelfdoding)
  • door degene die geen hulp biedt (bvb. bij een vechtpartij geraakt één van de betrokkenen ernstig gewond en de anderen bieden geen hulp)
  • door derden (bvb. op straat wordt een vrouw verkracht en niemand komt tussen of belt de politie)
  • door omstandigheden (bvb. een persoon komt met de fiets zwaar ten val en niemand biedt hulp)

Men kan dit gevaar:

  • zelf vastgesteld hebben (bvb. iemand ziet hoe een persoon wordt aangevallen)
  • te weten zijn gekomen doordat anderen om hulp roepen en de toestand beschreven hebben (bvb. op de parking van een dancing wordt een gast in elkaar geslagen; de portier wordt te hulp geroepen maar blijft gewoon aan de deur staan)

    Er bestaat wel een uitzondering voor het geval men op grond van omstandigheden kan geloven dat het verzoek niet ernstig was (bvb. de portier wordt door een aantal dronken jongeren te hulp geroepen omdat een leeuw op de parking zou rondlopen; blijkt dat dit achteraf wel waar was, dan zal de portier niet vervolgd worden omdat dit inderdaad een vrij onwaarschijnlijk verhaal was)


Iemand biedt wetens en willens geen hulp

Het is niet vereist dat men heeft gehandeld met de bedoeling de persoon niet te helpen. Het is voldoende dat de dader wist dat iemand in groot gevaar was, en wetens en willens geen hulp heeft geboden.

Dit is ook van toepassing op diegene die het gevaar zelf veroorzaakt heeft.

Men dient dus ook hulp te bieden:

  • zelfs als men weinig kan doen of men twijfelt of de hulp wel iets zal kunnen bijbrengen
  • zelfs als er nog weinig hoop is dat de persoon kan geholpen worden

Deze verplichting bestaat niet wanneer men zichzelf of anderen in gevaar kan brengen door hulp te bieden (bvb. iemand uit een brandend huis halen)


Straf

Deze straffen worden uitgesproken voor wie weigert of nalaat (art. 422ter Sw.):

  • hulp te bieden waartoe men wettelijk wordt opgevorderd
  • het werk of de dienst te doen of hulp te verlenen waartoe hij wordt opgevorderd bij ongeval, beroering, schipbreuk, overstroming, brand en andere rampen en in geval van roverij, plundering, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar beroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging