Misdrijf

Diverse inbreuken door een openbare ambtenaar in de uitoefening van zijn functie worden bestraft op een aantal door de grondwet gewaarborgde rechten, zoals persoonlijke vrijheid en onschendbaarheid van de woning. Een openbare ambtenaar is iemand die in vast verband is tewerkgesteld in een openbare betrekking, een wettelijk statuut heeft, en dus op permanente wijze aan het openbaar gezag deelneemt.

Het is wel belangrijk om een onderscheid te maken tussen de openbare ambtenaar (in de uitoefening van zijn functie) en een bijzonder persoon als pleger van het misdrijf. Een bijzonder persoon is in het strafrecht een persoon die geen openbare ambtenaar is.

Als een openbaar ambtenaar het misdrijf pleegt, wordt het misdrijf anders gekwalificeerd; het wordt een ander soort misdrijf. De hoedanigheid van de pleger is dus een element van het misdrijf. Indien de pleger geen openbare ambtenaar is, wordt het een ander misdrijf.

De inbreuken die worden gesanctioneerd zijn ondermeer:

  • het wederrechtelijk of willekeurig aanhouden of gevangen houden (art. 147 Sw.). De straf varieert naargelang de duurtijd van de gevangenhouding. Indien de aanhouding gebeurt op basis van een geldig aanhoudingsbevel van een onderzoeksrechter, geldt dit aanhoudingsbevel uiteraard als rechtvaardigingsgrond
  • woonstschennis door een openbare ambtenaar (art. 148 Sw.). Het gaat hierbij meestal om illegale huiszoekingen (dus zonder huiszoekingsbevel, tegen de wil in van de bewoners, en waarbij de wettelijk voorgeschreven vormen dus niet zijn nageleefd). Woonstschennis door bijzondere personen wordt tevens gesanctioneerd (art. 439 Sw.)
  • Allerlei andere daden die een inbreuk uitmaken op door de grondwet gewaarborgde rechten door een openbare ambtenaar (art. 151 Sw.). Het gaat hierbij om iemand onwettig aanhouden, een gevangene onwettig in de gevangenis opsluiten (art. 157 Sw.), in het bijzonder het onwettig aanhouden van een minister of parlementslid (art. 158 Sw.)

Als de verdachte evenwel gehandeld heeft op bevel van zijn meerdere, dan is enkel deze meerdere strafbaar. Het betreft dus een strafuitsluitende verschoningsgrond voor de verdachte (art. 152 Sw.).

Tevens zijn er straffen voor diegenen die op de hoogte zijn van het bestaan van deze misdrijven en niets doen om ze te doen ophouden om ze ter kennis te brengen van de bevoegde overheid.