Algemeen

De ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten is een bijkomende straf die afhankelijk van de hoofdstraf facultatief dan wel verplicht kan zijn, levenslang of tijdelijk is, en geheel of gedeeltelijk is.

De straf dient gerechtelijk worden opgelegd, en vloeit dus niet automatisch voor uit een veroordeling.


Over welke burgerlijke en politieke rechten gaat het?

De burgerlijke en politieke rechten zijn opgesomd in art. 31, eerste lid Sw.:

  • openbare ambten, bedieningen of betrekkingen vervullen (hetgeen voor vastbenoemde ambtenaren verregaande gevolgen kan hebben)
  • ereteken dragen of adellijke titels te voeren
  • gezworene of deskundige te zijn, als getuige op te treden (tenzij om inlichtingen te geven)
  • verkozen te worden
  • voogd of curator te zijn (behalve over de eigen kinderen), de ambten van gerechtelijk raadsman of (voorlopig) bewindvoerder uit te oefenen
  • wapens of munitie te te maken, te dragen etc. of in het leger te dienen

Daarnaast kan de veroordeelde ook ontzet worden uit zijn kiesrecht (art. 31, tweede lid Sw.)


Wanneer wordt de ontzetting uitgesproken?

De ontzetting voor de rechten opgesomd in het eerste lid van art. 31 Sw. zijn verplicht, levenslang en geheel (art. 31 Sw.) bij de volgende veroordelingen:

  • levenslange opsluiting
  • levenslange hechtenis
  • opsluiting van 15 jaar of langer

In deze gevallen kan de veroordeelde ook levenslang of voor een periode van 20 tot 30 jaar ontzet worden uit zijn kiesrecht.

De ontzetting is - naar keuze van de strafrechter - facultatief, tijdelijk (10 tot 20 jaar) of levenslang en geheel of gedeeltelijk (art. 32 Sw.) bij de volgende veroordelingen:

  • hechtenis
  • opsluiting van 5 tot 10 jaar

Als de Strafwet het uitdrukkelijk oplegt, kan de ontzetting facultatief, tijdelijk en geheel of gedeeltelijk worden uitgesproken bij een veroordeling tot correctionele straffen, en dit voor een termijn van 5 tot 10 jaar (art. 33 Sw.).

De Strafwet (art. 33bis Sw.) laat tot slot aan de strafrechter toe om alle correctioneel veroordeelden te ontzetten van de uitoefening van het kiesrecht voor een periode van 5 tot 10 jaar.