Algemeen

De strafrechter heeft de mogelijkheid om binnen de grenzen die de wet hem geeft (via een minimum- en maximumstraf), een straf te concretiseren op basis van alle elementen die eigen zijn aan de zaak die hem wordt voorgelegd.

De strafrechter kan echter bepaalde elementen aantreffen die te maken hebben met de gepleegde feiten of met de dader, die ertoe kunnen leiden dat hij een straf oplegt die lager is dan de wettelijke minimumstraf. Deze elementen noemt men verzachtende omstandigheden.


Wat zijn de gevolgen van de verzachtende omstandigheden bij de vonnisgerechten?

Wanneer de strafrechter verzachtende omstandigheden in aanmerking neemt, dan heeft dit gevolgen voor de straffen.

De gevolgen voor criminele straffen zijn (art. 80 en 81 Sw.):

  • levenslange opsluiting wordt vervangen door een tijdelijke opsluiting of een gevangenisstraf van minstens 30 jaar
  • levenslange hechtenis wordt vervangen door hechtenis van minstens 3 jaar
  • opsluiting van 20 tot 30 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of gevangenisstraf van minstens 3 jaar
  • hechtenis van 20 tot 30 jaar wordt vervangen door een kortere hechtenis of gevangenisstraf van minstens 1 jaar
  • opsluiting of hechtenis van 15 tot 20 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of hechtenis of gevangenisstraf van minstens 1 jaar
  • opsluiting of hechtenis van 10 tot 15 jaar wordt vervangen door een kortere opsluiting of hechtenis of gevangenisstraf van minstens 6 maanden
  • opsluiting of hechtenis van 5 tot 10 jaar wordt vervangen door een gevangenisstraf van minstens 1 maand
  • Geldboetes kunnen verminderd worden tot minstens 26 euro

De gevolgen voor correctionele straffen zijn (art. 85 Sw.):

  • gevangenisstraffen kunnen verlaagd worden tot minstens 8 dagen
  • geldboetes kunnen verminderd worden tot minstens 26 euro
  • werkstraffen kunnen verminderd worden tot minstens 45 uren
  • Als er enkel een gevangenisstraf door de wet voorzien is, dan kan dit worden vervangen door een geldboete van maximaal 500 euro

Bij overtredingen (zoals de wegverkeerswet) kunnen er geen verzachtende omstandigheden worden aangenomen (tenzij de wet dit uitdrukkelijk bepaalt).


Wat zijn de gevolgen van verzachtende omstandigheden bij de onderzoeksgerechten?

Niet alleen de vonnisgerechten kunnen verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen. Ook de onderzoeksgerechten en het Openbaar Ministerie kunnen verzachtende omstandigheden toepassen bij het doorverwijzen of dagvaarden van beklaagden voor de vonnisgerechten.

Wanneer een onderzoeksgerecht na een gerechtelijk onderzoek moet beslissen om een verdachte naar een vonnisgerecht te verwijzen, dan kan zij verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen. Dit heeft tot gevolg dat zij de verdachte naar een lager vonnisgerecht kunnen sturen dan op basis van de straf die op het misdrijf is gesteld. Heeft er geen gerechtelijk onderzoek plaatsgevonden, dan kan het Openbaar Ministerie bij een rechtstreekse dagvaarding voor een vonnisgerecht ook rekening houden met verzachtende omstandigheden en dagvaarden voor een lager vonnisgerecht dan op basis van de straf die op het misdrijf is gesteld. Deze regeling is terug te vinden in de wet van 4 oktober 1867.

Deze denaturatie regeling (contraventionalisering van wanbedrijven of correctionalisering van misdaden) is wel aan een aantal voorwaarden onderworpen:

- Zo kan de correctionele rechtbank een misdaad pas behandelen (correctionalisering van misdaden) indien er een grond is om alleen een correctionele straf uit te spreken wegens verzachtende omstandigheden. Bovendien moet het gaan om een misdaad waarvan de wettelijk voorziene straf niet meer bedraagt dan 20 jaar opsluiting, om een poging tot een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of om een misdaad zoals opgesomd in art. 3° tot en met 14 van de wet van 4 oktober 1867 (zoals valse getuigenis en meineed en ontvoering van minderjarigen met de dood tot gevolg).

Enkel als het Openbaar Ministerie een verdachte rechtstreeks dagvaardt voor een misdaad voor de correctionele rechtbank, kan deze zich onbevoegd verklaren. Na een verwijzing door de onderzoeksgerechten kan de correctionele rechtbank zich echter niet onbevoegd verklaren.

- Wanbedrijven kunnen behandeld worden door de politierechtbank indien het onderzoeksgerecht of het Openbaar Ministerie oordeelt dat omwille van verzachtende omstandigheden een politiestraf volstaat. Opnieuw kan de politierechtbank zich enkel onbevoegd verklaren in het geval van een rechtstreekse dagvaarding door het Openbaar Ministerie, en dus niet na een doorverwijzing door een onderzoeksgerecht.

Wanneer een vonnisgerecht, na een correctionalisering of contraventionalisering, kennis neemt van een misdrijf, kan het uiteraard geen tweede keer verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen om de straf te verminderen. De rechter dient de hierboven beschreven regeling van verminderde straffen toe te passen met die beperking dat hij enkel correctionele straffen kan uitspreken.